Dit moet het eerste BK zijn waarbij de analyseruimte buiten de lokalen groter is dan die van binnen. Bovendien bezorgt de organisatie aan de buitenzitters een bonus door dagelijks de ijscokar te laten langskomen en het moet gezegd: prima ijs en ultra grote bollen. Ook attent is dat er een officieuze dienst voor verloren voorwerpen in het leven is geroepen, want blijkbaar laten schakers geregeld hun horloge, gsm of drinkflesje achter en voor de start van de partijen wordt dat ook nog een keer meegedeeld. Benieuwd waarmee de organisatoren uiteindelijk zullen blijven zitten… Maar goed, over naar de orde van de dag.
Beginnen doen we met onderstaande stelling, waarin Jan een eindspel met ongelijke lopers jammer genoeg onterecht opgaf. Dat zag er zo uit:
Wit deed in deze stelling een koningszet om iets later op te geven, maar hij had ongelijk. Wie dit soort eindspelen kent, ziet onmiddellijk dat wit probleemloos remise kan houden door zijn loper te geven voor de zwarte vrijpion. Na 1. Lc4:+! Kc4: kruipt de wK vroeg of laat in zijn hokje op h1 om vervolgens over en weer te lopen (naar h2 of g1). Hij hoeft zich ook geen zorgen te maken over zijn h3-pion, die mag zwart hebben. De clou van de zaak is dat de wK niet uit zijn hokje is weg te krijgen. Ofwel wordt het zetherhaling of wit gaat pat. Mocht het promotieveld h1 van dezelfde kleur zijn geweest als zwarts loper, dan was de stelling wel verloren. Goed om weten, zegt men dan.

Het was voor onze clubgenoten geen fijne namiddag, want Herman, Alex, Wouter, Marc, Jeroen en Gert verloren allen hun partij. Daar ging wel enige ‘broedermoord’ mee gepaard, want voor het eerst tijdens dit toernooi moesten twee Skoggers het tegen elkaar opnemen. Kiran trok tegen Jeroen aan het langste eind en mag met 4,5/7 mikken op een ratingprijs. Wouter haalde als verrassingswapen het Englund-gambiet boven waarmee hij succes had tijdens de jongste bekeravond. Zijn tegenstander (+2100) had 20 minuten nodig om daarvan te bekomen of beter: om de juiste tegenzetten te vinden, maar hij vond ze ook en schoof zwart vakkundig van het bord. Patrik haalde als enige een halfje binnen: hij weigerde enkele keren remise in een remisestelling maar moest, toen beider pionnenstructuur volledig geblokkeerd was en er niets meer overbleef om voor te spelen, daar toch in berusten. Jan, ten slotte, doorbrak een reeks van drie nederlagen door via een eenvoudige combinatie eerst de kwaliteit te winnen en zijn tegenstander vervolgens mat te zetten. Het had echter anders kunnen lopen, want in onderstaande stelling heeft wit wat overhaast 1.b4? gespeeld (in plaats van de zet voor te bereiden met Tb1) waarop zwart 1…Pa4? antwoordde. Wit zette voort met 2.c4 en won na 2…Td4? 3.Pg6:+ de kwaliteit. Wat had zwart vanuit de diagramstelling moeten spelen?


Ik denk: met de toren slaan op e5. Neemt wit terug met de dame, dan ruilt zwart de dames en hij wint vervolgens de kwaliteit terug via Pd3. Neemt wit terug met de toren, dan volgt Pd7 en gaat de zwarte toren ook de doos in (tegen het paard).
Inderdaad: als wit eerst het voorbereidende Tb1 had gespeeld, zat Pd3 niet meer in de stelling en ging bovengenoemde vlieger niet op.
Correct, Herman. Ik zag het op het moment dat ik b4 had gespeeld en begon al in stilte te vloeken op mezelf. Maar ik denk dat mijn tegenstander misschien meteen c4 had verwacht. Na b4 moet ook nog de tussenzet bxc5 worden berekend. Beetje geluk gehad.