SKOG 3 ontving voor de derde ronde van de IC L.S.V.–Chesspirant 3. De match begon niet goed: Ben had in een Siciliaanse partij lang gerokeerd tegen de zwarte rokade, en begon dan een aanval op de damevleugel. Dit plan bleek te ambitieus, en Wit liep zich te pletter. Ook invaller Jan op bord 4 had geen te beste dag en verloor bij het ingaan van het eindspel een pion. Zijn tegenstander vond echter geen goed plan en liet een remise door herhaling van zetten toe.
Minder geluk voor Jeroen op bord 2. Hij speelde een Konings-Indisch en kwam in moeilijkheden op de damevleugel. Dit kostte hem een kwaliteit, en uiteindelijk de partij. Tobias had het grootste deel van de partij een klein voordeel, maar moest een lang eindspel spelen om te proberen te winnen (hoewel dat voor de matchuitslag niet meer uitmaakte). Uiteindelijk kwam de stelling hierboven op het bord, met Zart aan zet. Zwart speelde hier 52…Ke6. De vraag is nu, kan Wit 53.La6 spelen?
Uiteraard kan Zwart niet antwoorden met 53…bxa6?? wegens 54.b7 en de pion is niet te stoppen. Maar wat na 53…Kd7 54.Lxb7 Pgf5? Dat werd gespeeld, en of het inderdaad winnend is zal meer analyse moeten uitwijzen, maar in deze partij haalde Wit uiteindelijk op zet 85 toch nog een eerredder binnen.


Tobias, in bovenstaande stelling kan zwart na 53.La6 wel antwoorden met 53. … bxa6.
Bij 54.b7 volgt Kc7.
De vraag is of 53. La6 kon na 52…. Ke6. Boeiend eindspel!
Even op het bord gezet. Ik dacht na 53…Kd7 54.Lxb7 Pgf5 aan 55.Pxf5 Pxf5 56.Kf2 Pxd4 57.La6 Pe6 58.Ld3 Pxc5 60.Lg6 en indien nu 60…Ke6 61.Lxh5 Kf5, dan 62.Le8 en ik zie niet hoe zwart dit kan houden. Dekt zwart zijn h-pion met 58…Pg7 dan wandelt de wK naar d4. Zwart komt in zetdwang. Met pionnen op beide vleugels is de loper sterker dan het paard, maar je moet hier ook wel berekenen welke vrijpion de doorslag geeft.