Met nog drie ronden te gaan stond SKOG 3 voorlaatste, met één punt achterstand op de tiende plaats. Belangrijk dus om punten te pakken.
Sebastiaan was al rap klaar op bord vier: in een ruilvariant van het Slavisch speelde hij een partij waar eigenlijk niets gebeurde, en die logisch in remise eindigde. Op bord drie speelde Ben met zwart een vlijmscherpe partij, met wederzijdse matdreigingen en aan beide kanten meerdere stukken die bleven instaan. Uiteindelijk bleek Wit net een tempo sneller te zijn met zijn mataanval.
Op dat moment was ook Jeroen op drie in grote moeilijkheden. Zwart was doorgebroken met twee verbonden pionnen in het centrum, en Jeroen was aan het vechten voor remise. Plots maakte Zwart echter een grote fout, waardoor Wit alsnog een vol punt binnenhaalde.
Nu hing alles dus af van de partij van Tobias op het eerste bord. Hij had in een stelling waar niet veel aan de hand leek geprobeerd een aanval te forceren, denkend dat hij moest winnen om kans te maken op een matchpunt. In de complicaties was het echter Wit die winstkansten genereerde, door in het eindspel een stuk te offeren voor twee verbonden vrijpionnen op de zesde rij. Uiteindelijk kon Zwart alles nog net verdedigen, en Wit berustte in een herhaling van zetten.
Zo scoorden we na een bewogen match dus één matchpunt. De ploeg die een punt voor ons stond moest tegen de leiders spelen, dus we dachten dat dit uiteindelijk nog een goed resultaat was. Achteraf bleek echter dat onze degradatie concurrent een stuntzege geboekt had, waardoor SKOG 3 nu op twee punten van de veiligheid staat.

