Tijdens de meest recente ronde van de interclub kreeg ik één van de meest interessante eindspelen die ik ooit gehad heb op mijn bord. Ik had met wit een pionnetje gewonnen, maar we hadden ongelijke lopers en dus was remise onvermijdelijk. Tenslotte weet iedereen dat ongelijkelopereindspelen remise zijn. Maar iedereen heeft ongelijk. Wat speel je in deze stelling met zwart?
Mijn tegenstander speelde 57. … Kc7 en verrassenderwijs is dat al een beslissende fout. Waarom dat zo is zullen we later zien, voorlopig volgen we de partij. Ik vond het juiste plan, wat een stuk minder indrukwekkend klinkt als je je realiseert dat er maar één plan is: de zwarte pionnen lastigvallen. 58. Bb7 Kd7 59. Ke2 Ke7 60. Kf3 Kf7 61. Kg4 Bf2 tot zover alles goed. Maar wat nu? Als de witte koning op f5 komt, kan zwart tempi verliezen met zijn loper. Blijft de witte koning op g4, dan kan de zwarte koning de f-pion loslaten. Er volgen een paar zetten die alleen dienen om tijd te winnen en om zeker te zijn dat mijn tegenstander weet wat hij moet doen: 62. Bc6 Ke7 63. Bd5 Kd6 64. Kf5 Ke7 65. Bb7 Bc5 66. Kg4 Bf2
Nu komt de tweede fase:
67. c5 zwart heeft geen keuze: hij moet de pionnenruil aanvaarden 67. … Bxc5 68. Kxh4 Bb6 69. Kg4 Kd6 70. Bd5 Bd4 71. Kf5 Ke7 oké, maar wat heeft wit nu bereikt met die ruil? Na een paar nulzetten beiderzijds lijkt zwart alles stevig gedekt te hebben. Maar nu kan de g-pion marcheren! 72. g4 Be3 en nu 73. g5! Natuurlijk kan de loper niet nemen en even natuurlijk kan zwart die pion niet laten lopen. Ergo: 73. … fxg5 74. Kxe5 g4. En dat brengt ons dan bij de derde acte en de climax:
Wat nu wat nu, zei Pichegru? Tot zover was er eigenlijk telkens maar één logische voortzetting en heb ik ze gevonden. Maar nu is er een kans om de mist in te gaan en dat deed ik dan ook prompt. Hoe wint wit?
Laat ons het er eerst over hebben hoe wit niet wint. Ik speelde 75. Kf5 g3 76. e5 Bf2 en nu blijkt het probleem: het enige wat ik kan proberen is mijn koning naar b7 brengen om zo de zwarte loper te winnen, maar dan loopt de zwarte koning naar de witte e-pion. Probeer ik dat met mijn loper te vermijden, dan speelt zwart gewoon g2.
Nu we weten wat er fout kan gaan, weten we ook hoe het beter kan: we moeten de pion op e4 houden zodat de witte loper hem van g2 kan dekken! Direct na de partij stelde ik dan ook 75. Bc4 voor om de pion met 75. … g3 76. Bf1 te blokkeren. Maar ook dat is fout!
Zwart speelt namelijk 76. … Kd7. Hij gaat de a-pion aanvallen, met g2 de witte loper weglokken en dan zijn eigen loper offeren voor de e-pion. En er is niet veel dat wit daaraan zou kunnen doen, met name omdat na 77. Kd5 Kc7 de zet 78. Kc5 helaas illegaal is.
Er is nog één redelijke zet en die wint: 75. Be6! d3 76. Bh3. Opnieuw is de g-pion geblokkeerd, maar nu kan zwart niet aan de a-pion komen! Veld d7 is gedekt en na 76. … Kd8 77. Kd6 blijkt ook c8 ontoegankelijk. En wat moet zwart dan doen?
Een typische variant zou kunnen zijn: 76. … Bf2 77. Kd5 Kf6 78. Kc6 Ke5 79. Bg2. Wit wint de zwarte loper voor zijn a-pion, geeft zijn eigen loper voor de g-pion en promoveert zijn e-pion.
Hè hè! En hoe had zwart de boel dan bijeen moeten houden? Wel, met 57. … Ka5!
Loopt de witte koning nu naar de koningsvleugel, dan achtervolgt de zwarte koning hem gewoon: 58. Ke2 Kb4 en nu hangt de c-pion. Gaat wit die dekken met 59. Be6 of 59. Kd3 dan speelt zwart gewoon weer 59. … Ka5. Laat wit die pion schieten met 59. Kf3, dan verliest hij zijn belangrijkste drukmiddel: 59. … Kxc4 60. Kg4 Kb5 61. Kxh4 Kb6 62. Kg4 Be3 en zwart zet zijn loper op g5. Er is geen doorkomen meer aan.
Die verdediging werkt niet meer na 57. … Kc7 58. Bb7 Kb6 want zwart heeft nu een essentieel tempo minder: 59. Ke2 Ka5 (niet 59. … Kc5 wegen 60. a7) 60. Kf3 Kb4 61. Kg4 Kxc4 (op 61. … Bf2 volgt 62. c5, wat de koning niet mag nemen) 62. Kxh4 Kb5 63. Kg4 Kb6 64. Kf5 en zwart is te laat om zijn f-pion te dekken.


Typo in de tekst: “Er is nog één redelijke zet en die wint: 75. Be6! d3 76. Bh3.” de zwarte zet is natuurlijk 75….g3 i.p.v. …d3.