Na drie dagen van guur weer, inclusief een halve blizzard, was het vandaag mooi, helder en zonnig. En zoals mijn vrouw in zo’n geval altijd zegt: ‘Je moet gaan schaken, zeker?’ Juist. De partijen starten hier echter pas om 15 uur, zo heeft een mens nog iets aan zijn zonnige dag. Gisterenavond was er al een mogelijkheid om op te warmen in een blitztoernooi, maar ik was te laat terug van een dagtrip richting watervallen en ander natuurgeweld aan de zuidkust om nog te kunnen deelnemen. Erg vind ik dat persoonlijk niet, want een goed snelschaker ben ik nooit geweest en ook in een snelschaakcompetitie wil je toch een beetje fatsoenlijk presteren om met een goed gevoel aan het echte werk te beginnen. Schaken is altijd wel een beetje psychologie.
Voor ik het over mijn partij heb, wil ik nog kwijt dat mijn dagtrip van gisteren me door het stadje Selfoss voerde. Doet dat een belletje rinkelen? Tot in de jaren negentig stelde Selfoss, dat op 60 kilometer van Reykjavik ligt, niet veel voor. Het was een industriestadje waar meer werd gewerkt dan gewoond. Dat veranderde toen de huizenprijzen in Reykjavik begonnen te stijgen en de bankencrisis van 2008 versnelde dat proces nog. Mensen kochten goedkopere grond of een woning in Selfoss. Wie bouwde, bleef trouw aan de traditionele bouwstijl van Reykjavik, terwijl progressieve architecten daar in hoofdstad juist komaf mee begonnen te maken. Maar echt bekend werd Selfoss toen Bobby Fischer er in 2005 de laatste drie jaar van zijn leven mocht slijten. In de VS was hij persona non grata geworden, maar IJsland gaf hem asiel. Het land is Fisher namelijk altijd dankbaar geweest voor de gratis publiciteit die zijn WK-match tegen Spassky opleverde. In Selfoss is ook een museum aan hem gewijd, dat ik over een week ga bezoeken. Een bedenking: tijdens de rit door Selfoss sprak de gids van dienst over Fischer, maar ik vraag me af wie van mijn niet-schakende reisgenoten zijn naam kende. 1972 is stilaan een eeuwigheid geleden.
Hoog tijd om het over het toernooi te hebben. In mijn voorbeschouwing had ik het over de top honderd en daar is op de valreep nog heel wat verandering in gekomen. Blijkbaar schrijven titelhouders gratis en dus makkelijk in, maar dat betekent nog niet dat ze werkelijk meedoen. Op bord 1 is GM Tabatabaei erbij gekomen, waardoor ook de categorie 2700+ nu vertegenwoordigd is. Daarnaast zijn er een tiental GM’s en IM’s geschrapt. Ik ga ze niet opsommen, maar dit is de stand van zaken: de 2600+ers zijn met vijf, de 2500+ers met twintig, de 2400+ers met drieëntwintig enzovoort. Op de 84ste plaats vinden we nu de hoogst gerangschikte Belg terug, met name Maarten De Vleeschauwer (2277) van Wetteren, terwijl eerder genoemde Mathieu Loncke (2263) nu 86ste staat. Zelf ben ik zonder een partij te spelen opgerukt van de 229ste naar de 215de plaats, een mens hoeft er niet altijd moeite voor te doen. In totaal telt de tabel nu 423 i.p.v. 439 schakers.
In mijn eerste partij speel ik op bord 108 tegen Andrew Robichaud, een Amerikaanse veertiger met 1707 ELO. die vorig jaar ook meedeed. De man vertelt dat hij schaakt in Denver, Colorado. Zijn club telt 90 leden en er wordt zoals bij ons elke dinsdagavond geschaakt in competities die telkens een maand duren. Als ik hem vertel over onze regionale competities, zoals de Zilveren Toren, kijkt hij wel even op. Regionaal betekent voor ons niet verder dan 60 kilometer rijden, maar in Colorado is dat uitgesloten. De afstanden zijn er veel groter… Onze partij start met een dozijn zetten theorie, waarbij ik in een positionele stelling vrij snel de bordjes gelijk hang. Mijn tegenstander verliest dan wat tijd met het zoeken naar een plan en dat geeft me de kans het initiatief over te nemen. Zo komen we na 20 zetten in onderstaande stelling terecht:
De dreiging Pg3+ met kwaliteitswinst heeft wit in het defensief gedrongen en nu hangt wits witveldige loper. Best is nu 21.De3 waarna ik dacht voort te zetten met 21…c5, een zet die het paard van d4 weghoudt, waarna ik mijn torens dubbel op de d-lijn. Ook 21…Lb3 zit in de stelling (om veld d1 te controleren) en precies dat besluit wit met zijn volgende zet te vermijden. Het middel is echter erger dan de kwaal. Er volgde 21.Lc2?! Lc4 22.De3?! Pf4. Wit verliest nu onvermijdelijk een kwaliteit, zoekt tactisch tegenspel en enkele zetten later staat het zo:
Wit denkt al aan Tg1. Zwart heeft echter een geforceerd mat gezien en beslist daarmee de partij. Hoe gaat het verder?
Zo, het eerste punt is binnen, morgen volgen meteen twee partijen. Het wordt hier overigens slecht weer, ditmaal geen slechte timing van de weergoden. En de IJslanders, die malen er niet om. Wordt het echt te koud, dan halen ze een extra trui boven. Ook voor hun mascotte.


Het maneuver Dh5 – Dh4 lijkt in in alle varianten mat te lopen. Een leuke start! Vandaag tegen een FM van 2300, maar die verloor gisteren al van een andere Belg (1987) dus wie weet? Niets te verliezen.
Correct, Pascal, de loper op c2 pakken hoefde zelfs niet.