De laatste ronde van een toernooi kan het verschil maken tussen een goed gevoel en een minder goed gevoel, zo bekijk ik het wel vaker. Vanochtend begonnen we eraan om 10 uur. Ik kreeg met de 34-jarige Kevin Chung mijn vierde Amerikaanse of eerste Canadese tegenstander. Dat zit zo: ik zocht zijn partijverleden op Chessbase op en stelde iets merkwaardigs vast: zijn naam staat er twee keer in, een keer met 1681 ELO als Amerikaan en een keer met 2070 ELO als Canadees, maar met gelijkaardige partijen/tegenstanders. Wat moet een mens daarvan denken? Hij had net als ik 4/8 maar dat zegt niet zoveel. In dit veld kun je namelijk zelfs met 2100 ELO nog minder punten hebben, het was/is een sterk bezet toernooi. Ik besloot daarom te gaan voor het goed gevoel en ditmaal niet te avontuurlijk te zijn met mijn openingskeuze. Wit was daar duidelijk minder mee vertrouwd, waaruit ik afleid dat ik waarschijnlijk tegen de Amerikaan heb gespeeld en niet tegen de Canadees. Het resultaat was in elk geval een makkelijk miniatuurtje en een eindscore van 5/9 waarover ik niet ontevreden ben.
Zie diagram: de opening, met de nodige complicaties op de koningsvleugel, is achter de rug en zwart heeft net lang gerokeerd. Wit besluit op de zwarte velden te spelen: de zwartveldige lopers eraf, dame naar e3, op b6 binnenvallen met het paard en hoera, voordeel? Ik zag het in elk geval aankomen. Door een tussenzetje dat ik achter de hand had loopt het voor hem echter al gauw mis.
5/9, dat brengt me op een 152ste plaats op 423 deelnemers, terwijl ik bij de start 213de stond in de ranglijst. Best oké, al is mijn TPR niet hoger dan mijn Fide-rating. Maar dit had ik helemaal niet verwacht: bij de prijsuitreiking mocht ik het podium op als tweede beste 65-plusser! Geen idee hoeveel er nog waren, maar nummer 1 in die categorie was toch maar een IM met een half puntje meer :-). Ik heb de organisatoren bedankt en meteen wat reclame gemaakt voor onze club. Je weet maar nooit.

Dat brengt me bij het Belgische bilan. Ik vind het positief, maar dat kan ik enkel zeggen op basis van de cijfers, want veel gelegenheid om te kletsen was er niet. Zowel Maarten De Vleeschauwer, Mathieu Loncke als Arno Sterck haalden 5,5 punten. Het was voor hen zeker niet evident om tegen de toppers nog meer te halen, maar tegen IM’s en GM’s mogen spelen, daar doe je het uiteindelijk voor. Andy Baert en ik scoorden 5/9. Andy moest gisteren nog de duimen leggen voor een 1900-er, vandaag zette hij dat recht. Sam Van Zeebroek eindigt op 4,5/9, Carlo Janssens op 4, Jakob Dufour op 3,5 en Nirina Labruyere en Sander Tant op 3 punten. Kijken we naar de verschillen qua ranking bij de start resp. de finish dat zien we het volgende (tussen haakjes zet ik er ook ieders TPR bij):
- Maarten : 82 –> 68 (2255)
- Mathieu: 84 –> 72 (2228)
- Arno: 85 –> 69 (2192)
- Andy: 119 –> 143 (1928)
- Jan: 213 –> 152 (1901)
- Sam: 181 –> 199 (1896)
- Jakob: 356 –> 317 (1699)
- Nirina: 252 –> 350 (1594)
- Sander: 354 –> 357 (1609)
Wat al die cijfers precies waard zijn, is allicht een persoonlijke zaak. Als ik bijvoorbeeld ga kijken naar het verschil tussen mijn tegenstander met de hoogste resp. laagste rating, dan kom ik rond de 800 punten uit. In de statistiek noemen ze dat ‘outliers’ waar je weinig mee kunt bewijzen.
Zoals verwacht won Tabatabaei het toernooi, na een slotremise, met 8/9. De Amerikaanse GM Jianchao Zhou werd alleen tweede met 7,5/9 en op scheidingspunten was de derde plaats voor Vasyl Ivanchuk (7/9), die al vertrokken was naar een ander toernooi. Verder waren er ratingprijzen en IM-normen voor jonge tot piepjonge spelers, onder wie FM Guo tegen wie ik de remise mist. Graag gedaan, Ethan :-).
Een slotverslag met wat meer partijmateriaal volgt nog.


Een sterke eindsprint, beloond met een mooie prijs. Netjes gedaan, Jan!
Knap gedaan, Jan, en heerlijke verslaggeving!
Top, Jan! Prima voorbereiding op de play-off tegen Brasschaat ook 🙂