Vorig jaar konden met veel plezier de belevenissen en prestaties van Pascal in Reykjavik volgen. Ongetwijfeld dankzij zijn boeiende verslagen en foto’s trokken dit jaar meer Belgen naar het toernooi. Ik had er zelf al maanden zin in. Een beetje de filosofie van wijlen Carlo Doosche volgend: naar een plek gaan waar wat te zien is en waarover je wat kunt vertellen, en dat combineren met toernooischaak. Voor mij was dit mijn eerste buitenlands toernooi en ik heb de smaak te pakken, zoveel is zeker.

Het toernooi van Reykjavik was prima georganiseerd. Congres/concertgebouw Harpa is een fantastische locatie om te spelen: een en al glas met zicht op baai en bergen. Dat de spelers op de eerste twintig borden een aparte tafel kregen en de anderen in rijtjes naast elkaar zaten: geen probleem. Ik had nooit het gevoel dat we op mekaars schoot zaten. Ook charmant was dat je, als je daar zin in had, vrij langs de topborden kon lopen om te zien wat daar zoal gebeurde. Ten slotte had/heeft dit toernooi een mooie ‘human factor’. Ik verwees al naar de service via whatsapp bij slecht weer, de gratis koffie, de vraag om de klok van de tegenstander die wegens blizzards te laat komen niet meteen in te drukken… Bijna elke dag was er ook iemand uitgenodigd om de eerste zet op het topbord te doen. Dat waren niet alleen sponsors of hoogwaardigheidsbekleders. Op dag vijf bijvoorbeeld was dat een jongetje van twaalf die met een brief aan de organisatoren had gevraagd of hij dat ook eens mocht doen. En zo geschiede.

Na de prijsuitreiking complimenteerde ik de toernooiorganisator met die aanpak. Ze vertelde me blij te zijn met mijn feedback maar zei ook dat ze daar met de jaren hun handelsmerk van hadden gemaakt. ‘We zijn allemaal mensen en in de wereld gebeuren momenteel vreselijke dingen, laten we vriendelijk zijn’, klonk het ongeveer. Charmant, dat zeker. De volgende editie is intussen op de kalender gezet: 16-23 maart, opnieuw in Harpa. Je moet er steeds vroeger bij zijn om in te schrijven, want de belangstelling voor het toernooi blijft groeien.

Jammer genoeg heb ik weinig contact gehad met de andere Belgen. Je moest al op een naburig bord zitten of ze toevallig tegen het lijf lopen. Maar zo gaat dat op een toernooi: je komt daar tien minuten vooraf aan, zoekt je bord op en verlaat de zaal met z’n allen in gespreide slagorde. En doordat er weinig analyseruimte was, was de kans op socializen nog wat kleiner. Wel heb ik voor de start van de partijen gebabbeld met mijn tegenstanders. Het zal niemand verbazen dat vooral de Amerikanen daar gretig op ingingen en dat dat met veertienjarigen wat moeizamer verliep. Schaken mag dan wel veel leeftijdsverschil en culturele kloven overbruggen, als het op kletsen aankomt, ligt dat iets moeilijker.

En dan is er natuurlijk IJsland. Iedereen aan wie ik vooraf vertelde dat ik er naartoe wou en die er ook al geweest was, zei hetzelfde: doen, doen, doen. Oké, het is een duur land, voor sommige zaken absurd duur zelfs, maar als je een beetje uitkijkt en goed plant, kun je vooral de dagelijkse uitgaven aan eten en drinken redelijk houden. Verder vond ik het een unieke ervaring. Ik heb veel kunnen zien van Reykjavik en omgeving, en ben vanaf nu eveneens de heraut van dienst. Tegelijk was/ben ik gecharmeerd door de kalme vriendelijkheid van de IJslanders en ik ontdekte ook hun zin voor – hoe zou ik het noemen – luchtig sarcasme. Een anekdote: de gids die de tip naar Selfoss begeleidde, vertelde geregeld over wat er langs de baan te zien was. We reden over de N1, de autostrade die één grote cirkel maakt rond het land. “Daar heeft men”, zo vertelde de gids”, vanuit Reykjavik een 800 kilometer lang fietspad naast gelegd. Welnu, ik doe dit werk al twintig jaar en al die tijd heb ik daar nog geen enkele IJslander op zien rijden. Maar ja, het was het idee van een politicus die blijkbaar een project nodig had waarbij hij met veel poeha een lintje kon gaan doorknippen.” Waarna hij wel zei dat het in de zomer door toeristen wordt gebruikt.

Schaken dan. Ik speelde vijf zwartpartijen (3,5/5) en vier witpartijen (1,5/4), tegen spelers met ratings gaande van 1535 tot 2364. In twee van de negen partijen was ik op vertrouwd terrein, in de andere zeven bewust minder (of niet). Dat maakte het soms lastiger spelen, want je moet al vroeg echt aan de bak, maar het is leerrijk. Tegen beide FM’s die ik te bekampen kreeg, speelde ik lange partijen waarbij ik nooit het gevoel had te worden weggespeeld en waarvan ik er een niet had mogen verliezen. Een offday had ik jammer genoeg op dag vier (ronde 5-6), ik mag blij zijn dat ik daar nog een punt uit scoorde. Maar goed, ik kijk terug op enkele prima zetten, combinaties en techniek, een mens vergeet soms de goeie dingen.

En onverwacht won ik dus een prijs in de categorie 65+. Ik wist niet eens dat daar prijzen voor voorzien waren, maar vind het vanaf nu een prima idee voor elk groot toernooi 😊. Zo heb ik voor mijn leeftijd een nieuwe bonus ontdekt bovenop verlaagd abonnementsgeld voor het openbaar vervoer en reductie in musea. Graag draag ik deze prijs op aan mijn voorganger, onze goede vriend Carlo. Zonder hem zouden veel Skoggers, mezelf inbegrepen, misschien niet eens aan buitenlands toernooischaak gedacht hebben.
Ik had ook nog enkele stellingen beloofd. Ze komen allemaal uit de e-borden. Deze komt uit de partij Sanal-Griffith:
Hoe wint wit in twee zetten? Niet moeilijk, wel een leuke vondst.
De Chinees Liu Bei verbaasde op dit toernooi vriend en vijand door een IM-norm te scoren, hoewel hij slechts 1963 ELO heeft. Ook Arno Sterck mocht dat onvervinden. Hieronder een stelling waarin hij de winst eigenlijk cadeau krijgt. Zwart heeft materieel voordeel maar wit heeft compensatie door actief stukkenspel. Hij heeft net Ta6 gespeeld, waarop zwart met Lf7 antwoordde. Waarom is dat een blunder?
De volgende stelling komt uit de partij Ragnarsson-Suleymanov (die enkele jaren Carlsen versloeg in een spectaculaire partij). Suleymanov is aan zet en heeft twee opties: Tc8 en Lb5. Welke leidt tot winst en welke tot verlies? En waarom?
Belgen mogen niet ontbreken natuurlijk. Hieronder een stelling uit de partij De Vleeschauwer – Ragnarson. Zwart staat ingesnoerd en speelde hier b6 om het paard op c5 weg te jagen. Haalt dat iets uit?
Mathieu Loncke hield twee IM’s op remise. In onderstaande partij tegen de Nederlander Van Meurs staat hij op voordeel. Hij speelde hier echter 25.Pd3 waarna zwart met 25…Pe5 wat van dat voordeel afknabbelde maar nadien wel opnieuw mindere zetten deed. Met welke verrassende zet zou wit de partij zo goed als beslist hebben?
Zo, dat was het. Sjáumst fljótlega í klúbbnum! (Tot gauw in de club!)


Het was heel fijn een jaar in de tijd teruggekatapulteerd te worden. Leuke verslagen, mooie foto’s en vele herinneringen! Wat de diagrammen betreft, doe ik al een poging voor de eerste twee met respectievelijk Pe6 en Pf5.
Waar is de witte Koning in het derde diagram,van boven te beginnen ?
@Patrik: Ik heb hem erop gezet (g1), vreemd dat hij ontbrak (en ook enkele andere stukken), want het diagram kwam recht uit de engine.
Bedankt voor de verslagen.
Kennen jullie een overzichtspagina of iets dergelijks om te weten wanneer er dergelijke internationale toernooien plaatsvinden?
Bedankt voor de interessante en leuke verslagen, Jan!
@Jeroen: https://ratings.fide.com/rated_tournaments.phtml
@Jeroen: je vindt een overzicht van internationale toernooien op https://www.worldchesscalendar.com/ (zie ook onder ‘Kalender’ op onze website). Ik volg op social media ook enkele schaakcollega’s die geregeld zo’n toernooi spelen of daarover berichten. Op Facebook bv. Rudi Knors van SK Deurne en de rubriek Bitzkommers van Marcel Roofthoofd (https://www.facebook.com/groups/5029421687103498)
@Pascal: Pe6 (diagram 1) en Pf5 (diagram 2) zijn inderdaad de beslissende zetten. In diagram 3 moest zwart Lb5 spelen. Hij speelde echter Tc8, maar er volgde verrassend Pb6 met dameverlies. In diagram 4 haalde b6 niets uit, want na pionruil op b6 (wat zelfs niet nodig is) besliste wit de partij met Pcd7. In diagram 5, ten slotte, is de sleutelzet Pe4!!. Na Dxe4 volgt Pe6! en zwart kan niets anders doen dan zijn dame geven (Dxg2).