Niet, dus. Faustino Oro is er niet in geslaagd om in Moskou zijn 3de GM-norm te behalen. Na 8 ronden had hij 5,5/8, maar blijkbaar moest hij de laatste partij winnen om de vereiste score te bereiken. Tja, dat is wel een enigszins ander beeld dan mij vooraf is opgelepeld. Benieuwd wat er voor nodig was om de gewenste norm te behalen, legde ik mijn oor te luisteren (oog te lezen is wat accurater) bij Copilot, de ingebouwde AI-assistent van Microsoft. Die slimmerd (m/v, want ik zou niet weten wat hier van toepassing is en ik wil niemand te kort doen) wist te vertellen dat in een tornooi van het kaliber van Aeroflot 5,5 of misschien wel 5/9 best zou kunnen volstaan, maar 6,5 is daar toch veeleer beduidend boven.
Ik voelde natuurlijk wel nattigheid, toen er na afloop nergens een artikel verscheen (ik heb wel niet overal gekeken) over het succes dan wel de gemiste kans van Oro (update: intussen is dat wel gebeurd). Dat kon eigenlijk alleen maar betekenen dat het noppes was geworden, want een nieuw wereldrecord is altijd meteen een boel opwinding en mediagekte, terwijl de stilte nu zowat oorverdovend was. En wat doet een mens dan: hij legt de vraag (“Zeg Charel, hoezittanamettejenderdenorm?”) weer maar voor aan Copilot, en zie, die weet het nu haarfijn uit de schaakdoeken te doen: geen 3de norm, want punt te kort, en dus ook geen nieuw wereldrecord. Hoewel, als die even betrouwbaar is als de vorige keer, moet ik het misschien niet geloven?
Ik ging niet praten over het tornooi zelf – dat op de geijkte kanalen inderdaad ook flink doodgezwegen werd (yes!) – maar altijd consequent zijn is ook maar saai. Die vier top-Russen van de vorige keer, die hun aanvankelijke uitspraken over de oorlog in Oekraïne toch wel leken te hebben ingeslikt (of zedig terzijde geschoven), speelden inderdaad onder de Russische vlag, terwijl veel mindere (Russische) goden toch de FIDE-vlag verkozen. Vreemd, want je zou denken dat die het zich minder kunnen permitteren om niet op en top patriottisch te zijn. Whatever. Nog dit: eindwinnaar werd Nepomniachtchi, en daar zal niemand zwaar van opkijken.
Praag, dan. Niet dat er iets kan tippen aan de heerlijke verslagen van Pascal en zijn wedervaren in het Praagse Schaakfestival, m.b. het Open tornooi, maar wat de (andere) toppers ervan bakten in de Mastersgroep bleef daarbij noodgedwongen onder de radar. En ze waren toch met tien kleppers daar, dus dat beloofde wel wat.
Er kwam ook heel wat uit, met nieuwe wendingen in elke ronde. Uiteindelijk was het Abdusattorov, nog maar net groot triomfator in Tata Steel en even daarvoor ook in de London Chess Classic, die zich de sterkste toonde. Met een solide 6/9 trok hij de tornooiwinst naar zich toe, waardoor hij ook de eerste speler werd om de Prague Masters een tweede keer te winnen. Nadat hij Aravindh, Gukesh (jawel!) en Navara in het zand had laten bijten, volstond een gecontroleerde remise tegen Niemann voor de eindzege.
Onderweg had het er een tikkeltje anders uit gezien, want het was Van Foreest die als een bolide aan de kop was gegaan (met 3/3 in ronde 3-5) en kort voor het einde nog altijd netjes aan de leiding stond. Maar Hollands Hoop liet het afweten in de laatste twee ronden, eerst tegen Aravindh en vervolgens tegen Maghsoodloo. Ondertussen, in de voorlaatste ronde, had Abdusattorov (de facto) laatste concurrent Navara te grazen genomen en had hij alles in handen om de eerste plaats niet meer af te geven. Jammer dat hij er straks in het Kandidatentornooi niet bij zal zijn, maar als men per se plaatsen wil voorbehouden voor luitjes die eens één keer een moment de gloire laten optekenen, dan vallen verdienstelijker kandidaten uit de boot.
Van verdienstelijk gesproken, zoals al aangegeven deed Van Foreest het lang uitstekend, en ondanks zijn twee nederlagen op het einde kwam hij nog uit op een gedeelde 2de-4de plaats. Ook Maghsoodloo deed dat, met name door als toetje Van Foreest te kloppen, waardoor hij van 50% naar een plusscore sprong (5/9). Dat de nummers 2 maar net boven de helft finishten, terwijl het aantal onbesliste partijen relatief laag bleef – als ik goed tel: 22 remises op 45 partijen – geeft al aan hoe flink er gebakkeleid werd. De twee rode lantaarns scoorden 3,5/9, wat ook niet bepaald ver van de 50% is. Even de draad weer opnemen: de 3de nummer 2 was Aravindh, de winnaar van vorig jaar, die nu nochtans begonnen was met een nul tegen de latere tornooiwinnaar, maar zijn reputatie getrouw knap terugvocht met 4 zeges, eentje meer zelfs dan Abdusattorov.
Thuisspeler Navara eindigde heel degelijk met 4,5/9, net als de tweede Oezbeek, Yakubboev, niet kwaad als je ziet wie er allemaal meedeed dit jaar. Keymer sprokkelde tegen de verwachting in 3 nullen, en wist dat niet helemaal te compenseren zoals onlangs in Tata Steel, mede waardoor hij zijn 4de plaats op de wereldranglijst moest prijsgeven, en kwam uit op dezelfde score (4/9) als Niemann, die één nul minder scoorde, maar ook één zege minder.
De rode lantaarn (3,5/9) werd gedeeld door Anton Guijarro, die in dit veld niet fanatiek beneden (zijn) peil scoorde – hij boekte wel twee overwinningen, even veel als Keymer – en, jawel, wereldkampioen Gukesh, die enkel Anton kon verslaan en drie keer het loodje legde (tegen Abdusattorov, Van Foreest en Aravindh). Dat is duidelijk wel beneden (zijn) peil, resulterend in een duik naar intussen de 15de stek op de wereldranglijst. Niet wat je noemt een dominante titelhouder, die al spelend zijn kroon rechtvaardigt, maar of het een tweede Ding gaat worden, is daarmee niet gezegd (die is intussen al van de lijst verdwenen). Niettemin: later dit jaar moet hij zijn titel verdedigen, en zijn recente prestaties zijn in dat opzicht niet veelbelovend. Een match is natuurlijk helemaal anders dan een tornooi …

