Er bestaan ongetwijfeld meerdere originele manieren op een schaakles te beginnen, maar de keuze van Arben Dardha mag zeker meedingen voor de originaliteitsprijs. Ben begon zijn Belgische schaakcarrière in onze club en had zelf voorgesteld een avondvullende les te komen geven, iets waar we met veel plezier op zijn ingegaan. Ons lokaal zat behoorlijk vol voor zijn avond over strategie, maar beginnen deed hij met een kleine quiz, met vragen als ‘In welk jaar werd ik lid van Oude God?’ (met een mooi compliment aan het adres van onze stichter, Marcel Adams) en ‘Welke vijf Antwerpse woorden leerde ik in deze club het eerst?’ Juist: pint, bolleke en ribbedebie onder andere.

Begon daarna de echte les? Ja en nee. We kregen tien stellingen met de vraag snel te beslissen wat de beste zet zou zijn. Niet zo simpel, maar opnieuw was er een verrassing: Arben gaf niet meteen de goede antwoorden maar gooide er een tweede reeks quizvragen tegenaan die op het eerste gezicht niets met schaken te maken hadden. Het ging alle kanten uit: over files, zwemmen, openbaar vervoer, winst op de loterij enzovoort. De rode draad: goede en minder goede intuïtieve keuzes. De nieuwsgierigheid in de zaal groeide alleen maar.
Pas toen elk antwoord op die vragen werd gekoppeld aan de eerder getoonde stellingen werd het duidelijk: strategisch denken betekent in de eerste plaats theoretische principes kennen en toepassen, en op het juiste moment ook weten te doorbreken: ruimteoverwicht behouden door stukkenruil te vermijden, een outpost creëren voor een paard, zwakke velden controleren met een loper, de verhouding tussen aanvallende en verdedigende stukken aanpakken … Ook wees hij met enkele treffende voorbeelden uit de grootmeesterpraktijk op het belang van een goede eindspelkennis. Terecht zei hij, wat overigens al vaker is gezegd: ‘Veel spelers weten na de opening niet goed wat te doen’ en ‘Het eindspel is waar je naartoe werkt.’ Plannen maken en strategisch denken is één ding, je moet ook weten naar welk eindspel je kunt of moet afwikkelen.

Ben had het ook over manieren op je voor te bereiden op een tegenstander. Zo helpt het wel te weten welke openingen een tegenstander zoal speelt, maar nog meer helpt het om zicht te krijgen op diens speelstijl: speelt je tegenstander traag en positioneel? Is hij/zij een aanvalsmachine of een vat vol verrassende trucs? Met enkele voorbeelden uit partijen van zoon Daniël illustreerde hij hoe belangrijk dat kan zijn. Daarmee rondde hij zijn schaakles af, waarna een warm applaus volgde. Bedankt, Ben, dit smaakt naar meer!
Nog dit: qua boekentip verwees Ben naar ‘100 endgames you should know’ van Jesus de La Vila. Zoals de titel enigiszins laat raden is dit een boek voor alle niveaus. Daarnaast zijn er meerdere boeken over schaakstrategie in de handel. (Zelf vind ik ‘Schaakstrategie voor clubspelers’ van Herman Grooten een prima boek om mee te starten.)



Ik heb ‘100 endgames you should know’ ineens besteld want dat was precies nodig 🙂