Pakweg vijf jaar na het destijds razend succesvolle The Queen’s Gambit – wat dat betekend heeft voor de populariteit van het schaken hebben we allemaal zowat aan de lijve ondervonden – pakt Netflix nu uit met Queen of Chess, geen fictionele biografie deze keer over een uitzonderlijk vrouwelijk schaaktalent, maar een documentaire over de enige echte beste schaakster aller tijden, Judit Polgár.
Wie nog nooit over haar heeft gehoord, is ofwel piepjong, ofwel (nog) niet spectaculair begaan met schaken. Judit is de jongste van de befaamde Polgár-sisters aka zusjes Polgár, na Susan (Zsuzsa) en Sofia (Zsófia). Hun vader, László Polgár, met volle instemming en medewerking van echtgenote Klara overigens, had als pedagoog-psycholoog van opleiding het lumineuze idee om van zijn dochters genieën te maken, overtuigd van de stelling dat genieën niet geboren worden, maar gemaakt. Dat inzicht had hij verkregen tijdens zijn studies, nadat hij zich grondig had verdiept in de levensverhalen van een uitgebreide schare genieën en had vastgesteld dat (hun) uitmuntende prestaties steevast voortkwamen uit vroeg beginnen, intensieve oefening en een stimulerende omgeving. Elk kind, kortom, kon een genie worden als het maar op de juiste manier wordt begeleid. Zijn dochters moesten het levende bewijs worden.
Je eigen kinderen als experiment gebruiken om je grote gelijk te willen aantonen, het hoort niet meteen bij onbesproken ouderschap, maar voor we daarover grote woorden in de mond nemen (tirannie, Frankensteinpraktijken, …), de zussen hebben zich nooit met zoveel kritische of afwijzende woorden uitgelaten over wat vader een ‘gezinsproject’ noemde, ook al was dat extreem gefocust op schaken. Wel hebben ze allen na verloop van tijd hun leven in eigen handen genomen, zoals dat overal gebeurt. Het hoefde overigens niet schaken te zijn, aldus de ouders Polgár, andere specialisaties – wiskunde, vreemde talen, … – waren net zo goed geweest, maar schaken was ‘objectief’ en ‘meetbaar’, en dus uitstekend geschikt als testomgeving. Het was oudste dochter Susan die de keuze maakte: “Ja, hij had ons in elk vakgebied kunnen plaatsen, maar ik was degene die als vierjarige voor schaken koos… Ik hield van de schaakstukken; het waren speeltjes voor mij.” Nu ja, als vierjarige, het zet die keuze wel in een bepaald perspectief, maar heel rouwig zijn de zusjes daar nooit over geweest, alleszins niet openlijk (opvallend: Judit laat de vraag ter zake met een lachje onbeantwoord).
Hoe het de zussen en met name Judit vanaf hun prilste schaakstappen verging, en hoe klein sommige groten (Kasparov, Fischer, …) daaruit tevoorschijn komen, minstens met sommige van hun reacties of uitspraken, is te zien in de documentaire, die kennelijk ook goede kritieken oogst. Ik voeg er graag nog een paar diagrammetjes aan toe, om onderhavig artikel een snuifje schaakkundig te kruiden.
In 1991 stond Judit,15 en enkele maanden, op het punt het tot dan toe geldende record (15 en 6 maanden) van Fischer als jongste GM aller tijden te breken. Daartoe moest ze op het (open) Hongaars Kampioenschap ‘enkel nog’ haar 3de GM-norm behalen. In de laatste ronde zat ze met de zwarte stukken tegenover Tibor Tolnaj en zou een remise volstaan voor die 3de norm. Maar om ook het kampioenschap binnen te halen moest ze winnen, en het risico nemen dat ze geheel met lege handen achterbleef. Nagelbijtertje, dus, maar wellicht meer voor zussen, ouders, sympathisanten, … want Judit ging voluit. Hier heeft ze net 20. … Pa3-c4! gespeeld, een zet die Tolnaj toch effe van zijn melk bracht (volgens haar, maar je ziet het ook in de documentaire):
Dat is nu het type zet dat je niet meteen ziet komen, maar wel tekenend is voor Judits (gedurfde) speelstijl. Niet dat er (volgens de digitale wijsneus) veel aan de hand is: de position is nog steeds behoorlijk equal, de winst wordt niet hier bepaald, maar pas veel later. Maar de triomf is wel compleet: én Hongaars kampioen, én jongste GM ooit (een goede maand vóór Fischer).
Zelf vindt Judit haar zege tegen Anand het mooist, in de eerste ronde van het Torneo de Dos Hermanas, 1999, een tornooi van categorie XIX (ELO-gemiddelde van 2701 tot 2725), hoog voor die tijd. In de opening al geeft ze haar paard op, speelt dan de hele partij met een stuk minder maar behoudt vanaf het begin het initiatief en dwingt Anand in een stelling waarin hij niet meer kan bewegen zonder dat het pijn doet. Cruciaal daarbij is een voor haar (in die tijd) heel atypische ‘stille’ zet: 28. b3!! (zie diagram), waarmee ze Anands wanhopige poging (27. … b4) om tegenspel te zoeken richting de witte koning meteen neutraliseert: wat heeft zwart nog?
Er volgde nog: 28. … Tb5 29. Lc6 Txf5 30. Txc8 Txc8 31. Lxd7 Tcc5 32. Lxf5 Txf5 33. Td1 Kg8 34. Dg2 opgave. Indrukwekkend!
Tot slot, de controversiële eerste partij van de toen 17-jarige Judit tegen wereldkampioen Kasparov, in Linares (1994), destijds zowat ’s werelds belangrijkste tornooi. Ze heeft er geen enkele moeite mee om te erkennen dat Kasparov de betere was in de partij en dat ze zou verliezen (wat uiteindelijk ook gebeurde), maar op de 36ste zet doet zich iets voor wat ze nooit had voorzien (zie diagram).
Kasparov speelt 36. … Pc5, bedenkt zich, neemt zijn zet terug en plaatst het paard op f8. Judit gelooft niet wat ze ziet: heeft de wereldkampioen zonet een loopje genomen met de regels en doet hij nu alsof zijn neus bloedt? Ze had, achteraf bekeken, de winst moeten claimen, maar ze kijkt rond en kennelijk heeft niemand iets gemerkt en dus durft ze niets te zeggen. Later licht ze wel één van de scheidsrechters in, en uiteindelijk, in tegenstelling tot wat eerst was gedacht, blijkt er toch een camera te zijn geweest die was blijven draaien (zonder cameraman) en de bewuste scène had gefilmd. En ja hoor (in slow motion des te duidelijker), Kasparov zet het paard op c5 (een blunder want nu kan 37. Lc6 met vork op dame en toren), laat het los (vingers minstens een volle cm van het stuk af), neemt het dan weer vast en plaatst het elders. Geen twijfel mogelijk!
Het vervolg laat zich moeiteloos raden. Kasparov woedend – hij zal drie jaar niet meer met haar (willen) spreken – maar het licht van de zon ontkennen kan hij bezwaarlijk gaan doen. Het bewijs is er, je moet er alleen een draai aan geven: “Het is mogelijk dat ik het stuk heb losgelaten, heel even, maar ik besefte het niet, het voelde niet zo aan.” Ook jaren later is dat de teneur van zijn verdediging, en bovendien: “Het was maar heel kort, hooguit een tiende van een seconde, eigenlijk alleen te zien in slow motion.” Met andere woorden: ik heb valsgespeeld, maar wel zo kort dat het eigenlijk niet als zodanig mag tellen. Zoals: ik heb een appel gestolen, maar de bak is nog vol en je ziet het niet echt, dus dat is niet stelen, toch? Uitermate flauw en zelfs zielig. Natuurlijk hoeft niemand te beweren dat Kasparov willens en wetensbedrog pleegde – dat weten we niet – maar het minste wat je kunt en moet doen is bij je zelfverdediging ook “sorry” zeggen. Dat zit niet in zijn genen, kennelijk, en al zeker niet tegen een, én 17-jarige, én vrouwelijke schaker.
Het heeft nog een hele tijd geduurd vooraleer Judit de grote Kasparov uiteindelijk op de knieën kreeg, maar ook dat lukte uiteindelijk. Uitgerekend die keer dat Kasparov, toch een beetje beduusd geworden voor het aanvallend geweld dat ze keer op keer tegen zijn Siciliaan ontketende, eens overstapte naar de Berlijnse verdediging. Ook dat minimaliseerde hij achteraf, want erkennen dat je tegenstander, pardon tegenstandster, je deze keer de baas was en dus verdiend won, ligt al evenmin in zijn aard. Toegegeven, verliezen is moeilijk, zoals we allemaal wel weten (de ene al wat beter dan de andere), maar goed, wij zijn ook geen van allen wereldkampioen …
Dat is ze, en haar vader vond dat ergens wel jammer, nooit geworden. Wel haalde ze de top 10 op de wereldranglijst en versloeg ze in haar carrière een pak (oud-)wereldkampioenen. Haar hoogste ELO was 2735, wat vandaag goed zou zijn voor een 17de plaats. Ter vergelijking: veelvoudig wereldkampioene Yifan Hou, huidig en al jarenlang onbetwist nummer 1 bij de vrouwen, klom tot 2686, en bracht het tot de 55ste stek in de wereld. Ook niet slecht, maar het zet Judits unieke prestatie des te meer in de verf.
PS Judit was destijds jongste GM ooit, op de leeftijd van 15 jaar en 4 maanden, pakweg twee maanden sneller dan Fischer. Beiden staan intussen al niet meer in de top 25, die wordt aangevoerd door Abhimanyu Mishra (12 jaar, 4 maanden en 25 dagen), al zou die binnenkort zijn kroon kunnen verliezen aan Faustino Oro, die, als ik goed tel, nog tijd heeft tot 11 maart om het record te breken. Krap misschien, maar het kan nog. Ik begin nu alvast met de training van mijn jongste kleinzoon (5 maanden), kwestie van die titel ook eens in de familie te krijgen. (Ha ja, want genieën, die maak je, toch?)


Veel succes, Herman! 🙂
Docu gezien, iets te veel Kasparov-zendtijd maar wel goed.
Mooi artikel , Herman. Maar wil je van je kleinzoon een genie maken dan zou je het misschien toch beter met Engelse literatuur proberen ?
Knap artikel Herman ! Na het lezen dadelijk gekeken, goeie documentaire.
Prima recensie, Herman, met als fijne toevoeging een aantal stellingen uit Judiths partijen. Daar gaat Netflix (uiteraard) niet op in, want de focus van de reportage ligt op het creëren van een groeiverhaal met enkele lijnen die een breder publiek moeten aanspreken: seksisme, opvoeding, verwondering ook en vooral de ambitie van Judith om ooit de wereldkampioen te verslaan. Dat wordt in de reportage mooi opgebouwd met een goede mix van actiebeelden en interviews. Jammer genoeg komen we niet veel te weten over de whereabouts van de zussen Polgar na en rond hun schaakcarrière. Een interessant gegeven is ook dat geen van de drie zussen ondanks hun hoge niveau een (levens)lange schaakcarrière ambieerde, maar daar wordt jammer genoeg niet op ingegaan. In die zin leer je als schaker die de actualiteit toen volgde niet zoveel nieuws, ook al vind ik dat niet echt een probleem. Wat me aangenaam verraste was het feit dat Kasparov Judith ooit uitnodigde voor een trainingskamp. Daar leerde ze de wereldkampioen ook op een andere manier kennen. Uiteindelijk is hij – en hij niet alleen – Judith als topschaker gaan erkennen en waarderen, vermoed ik. Ook goed natuurlijk.
Dit voorval werd in de schaakpers volgens mij danig opgeblazen.Ik heb gelezen in een NIC-verhaal dat men die opname wel vijfmaal zou hebben afgespeeld en daaruit viel niet op te maken dat Kasparovs vingers het stuk helemaal zouden hebben losgelaten.Tenslotte valt in dit verband nog op te merken dat Kasparov wel degelijk met het Paard speelde,maar dat dan naar een ander veld bracht.
Waar was die scheidsrechter trouwens ?
Maar ja,het is altijd prettig natuurlijk als men de wereldkampioen -terecht of niet terecht- in discrediet kan brengen.
PB; waar kunnen we dat NIC verhaal vinden?
@ Patrik
1) Het is “diskrediet”.
2) Je schrijft: “Ik heb gelezen in een NIC-verhaal dat men die opname wel vijfmaal zou hebben afgespeeld en daaruit viel niet op te maken dat Kasparov vingers het stuk helemaal zouden hebben losgelaten.” Je kunt dat gelezen hebben, maar het is kletskoek. In de documentaire kun je de beelden zien. Die laten aan duidelijkheid niets te wensen over.
Wat de pret (if any) van het in diskrediet brengen betreft, daar gaat het mij niet om. Maar ook een wereldkampioen moet zich aan de regels houden, en als hij dat niet doet – en de feiten onafhankelijk bewezen zijn – dan mag men daarover schrijven.
Ik voeg er nog aan toe (want dat aspect verdient ook enige aandacht):
3) Inderdaad, Kasparov speelde wel degelijk met het paard, m.a.w. het aangeraakte stuk. Legaal, toch? Maar daar gaat het niet om, al wordt dat in de Engelstalige schaakpers wel gesuggereerd met de term “touch-move incident”, alsof Kasparov de regel “aanraken is spelen” had geschonden, quod non. Het ging niet om “aanraken” maar om “loslaten”. Bij dat laatste is de zet voltooid en mag je die niet meer terugnemen, zelfs voor een kennelijk legaal alternatief. Kortom, veeleer dan “touch-move” (of “pièce-touchée”), is dit een geval van “move-release” (“pièce-relachée”, zou ik zeggen, maar misschien bestaat daar ook een andere term voor). Het doet in dit geval dus helemaal niet ter zake dat Kasparov “wel degelijk” speelde met het aangeraakte stuk. Wel dat hij dat opnieuw deed, nadat zijn zet voltooid was. Zoals wikipedia* het zegt: “Als een speler een reglementaire zet uitvoert, dan is zijn zet voltooid op het moment dat hij het stuk loslaat. De zet kan dan niet meer worden teruggenomen, ook al is de schaakklok nog niet ingedrukt.”
*https://nl.wikipedia.org/wiki/Pièce_touchée
Ik heb de documentaire over Judith Polgar niet gezien en kan er dus niet over mee spreken.Ik weet alleen dat Kasparov in een nummer van New in Chess terzake enkel bij hoog en bij laag zwoer dat hij het stuk niet had losgelaten.Dat is kommentaar van Kasparov zelf natuurlijk…
Het schijnt ook dat bij herhaaldelijk in slow motion vertonen van het bewuste fragment dat men zou kunnen zeggen dat hij het stuk misschien gedurende twee milliseconden heeft losgelaten.Maar bij normaal afspelen van de videotape kon een willekeurige toeschouwer er niet uit opmaken dat hij het stuk had losgelaten.
Nog een opmerking hieromtrent : Barejev,ook aanwezig en spelende op dat Linarestornooi,beweerde dat Kasparov het stuk wel had losgelaten.
De echte vraag is natuurlijk : wie zal morgen zijn stuk loslaten,? Gelieve een scheidsrechter permanent bij het bord te houden (ik kan zelf niet aanwezig zijn) . Anders zou het wel eens ‘pièce explodée’ kunnen worden !
Ik zei het eerder al: Kasparov kan moeilijk het licht van de zon gaan ontkennen. Wat hij wel kan doen (en gedaan heeft) is zo’n draai geven aan de feiten dat hij er niet als intentionele valsspeler uitkomt. En misschien was het ook niet intentioneel, daar kunnen we weinig over zeggen …
Met “Het schijnt…”-argumenten komen we nergens. De beelden – zorg ervoor dat je die ook eens kunt bekijken – spreken die uitleg tegen. Het is heel wat meer dan “twee milliseconden”, zijn vingers zijn overduidelijk los van het stuk en bij normale afspeelsnelheid is het wel te zien. Polgár zag het, en je ziet ook heel duidelijk op de beelden aan haar reactie. Maar als 17-jarige en tegenover de alles dominerende wereldkampioen was ze te beduusd om te doen wat ze had moeten doe: meteen de winst claimen.
Maar wat doet dat er allemaal toe? Het is geen kwestie van woord tegen woord, de bewijzen zijn er dat het stuk effectief is losgelaten. Dat is het enige dat telt. En of dat nu lang of kort, of goed dan wel nauwelijks zichtbaar was, doet aan de essentie – het schenden van de regels – niets maar dan ook niets af.
Gisteren eindelijk gekeken en ik vond het zeker de moeite. Oro gaat trouwens zijn kans om de jongste grootmeester ooit te worden in Moskou: https://schaaknieuws.be/jacht-op-het-jongste-grootmeesterschap/