In reeks 1 van het clubkampioenschap werden vorige week drie partijen gespeeld en deze week zaten alle acht deelnemers zelfs broederlijk naast elkaar voor de volle vier partijen. Genoeg voer voor een wat uitgebreider verslag dus. Hier gaan we.

Vorige week viel in twee van de drie partijen een beslissing, de derde partij werd remise. Wouter offerde tegen Marc in de opening een pion en hoopte via de h-lijn een beslissende koningsaanval op te zetten. Zwart verdedigde zich echter goed en toonde aan dat de witte aanval geen toekomst had. Hij behield zijn pluspion en won de partij. Op dat moment had Pascal al moeten berusten in remise. Tony beantwoordde zwarts Skandinaviër met een eerder bescheiden aanpak. De lichte stukken gingen vrij snel van het bord en met nog enkel dames en torens op het bord leek er niet zoveel meer in te zitten. Zwart benutte echter goed zijn ruimtevoordeel, wist een pion op g3 te posteren en won zelfs met een van zijn torens wits pion die op h4 stond. Het zag er niet goed uit voor wit, maar plots begonnen zijn stukken beter samen te werken en kreeg hij tegenspel in het centrum. In het toreneindspel deed Tony zijn achterstand teniet. Het resterende pionneneindspel leek beter voor zwart, maar dat was gezichtsbedrog (zie diagram). In onderstaande stelling maakt het zelfs niet uit wie aan zet is. Zwart mag zijn f-pion niet loslaten en wit moet bij die pion blijven. Geen van beiden schieten daar iets mee op en dus: remise.

In de derde partij wist Dries een eindspel van T+P+3 pi tegen T+5pi te winnen tegen Lucas, en dat na een chaotische partij vanuit een onorthodox openingsopzet. Helaas zagen we daar te weinig van voor meer commentaar.

Over naar deze week dan. Hier eindigden twee partijen op een beslissing en twee op remise. Tony moest met zwart Kiran bekampen. De partij begon afwachtend, maar al gauw sloeg de vlam in de pan. ((kve)) dacht op de koningsvleugel een pion te kunnen winnen, maar zwart gaf de rokade op om op dezelfde vleugel zijn g- en h-pion te laten oprukken, waarna wits dame moest ophoepelen. Merkwaardig genoeg kreeg dat niet echt een vervolg. Zwart won wel een pion, maar met een dubbelpion in het centrum en nog bijna alle pionnen op het bord was manoeuvreren lastig. Uiteindelijk kwam er een eindspel met ongelijke lopers op het bord, waardoor Tony’s materiaalvoordeel geen betekenis meer had. Remise.

Remise was ook de uitslag van de partij tussen Pascal en Lucas die daarmee eindelijk van de nulscore af is. Zwart leek zich goed te hebben voorbereid, want hij maakte na de opening snel gelijk. De dames en later ook de meeste andere stukken gingen van het bord, terwijl beider pionnenstellingen geen zwaktes vertoonden. Of toch? Pascal had met T+L een positioneel voordeel waarmee hij zwart (T+P) in de verdediging dwong. Zwart moest alle zeilen bijzetten om de witte velden af te dekken en er geen pion bij in te schieten. Ook na torenruil waren zijn problemen niet van de baan, maar wit vond geen manier om zijn voordeel te vergroten en zo werd de vrede getekend.

De meeste spectaculaire partij werd gespeeld tussen Dries, met wit, en Wouter. Zwart wilde graag lang rokeren (de g-lijn was open voor een eventuele koningsaanval), maar met een lastige penning in het centrum van het bord, lukte dat niet meteen. Toen zwart een pion in het centrum opspeelde, kreeg hij een stukoffer op zijn dak. Dat ging zo:

Wit had het zich dus makkelijker kunnen maken, maar won uiteindelijk toch.

De partij tussen Marc en Jan werd een strategisch steekspel, waarin beide spelers al gauw ‘uit hun boek’ waren, maar toch nog tot de 14de zet de theorie volgden. Wit slaagde erin zwarts pionnenstructuur op de damevleugel uit elkaar te spelen, terwijl hij daar zelf een pionnenmeerderheid behield. Zwart zocht tegenspel met een paard op een centraal veld en aanval op een van zwarts pionnen op de damevleugel. Na ruil van de lichte stukken had wit er zijn b-pion voor over om heer en meester te worden over de open lijnen. Zijn dame en torens posteerden zich in de zwarte stelling, terwijl zwart met zijn zware stukken niet meteen iets kon uitrichten. Daarmee had wit voldoende compensatie voor de minuspion, maar volgens de computer was de stelling nog altijd ongeveer gelijk. Zwart zag vervolgens een mogelijkheid om de witte koningsvleugel te verzwakken door op te rukken met een centrumpion en die eventueel te offeren. Toen wit die pion wegknipte om zwarts tegenspel in de kiem te smoren in plaats van voor een remisestelling te kiezen, bleek die vergiftigd te zijn. De zwarte D en T landden met schaak op de onderste rij en plots was de witte koning in acuut gevaar. Wit miste de beste verdediging en werd uiteindelijk mat gezet. De cruciale stelling is deze:

Zwart heeft net 34…Tg2 gespeeld met aanval op f2. Wit vond niets anders dan 35.Kd1 waarna 35…Dxf2 de partij in enkele zetten besliste. Maar wat denk je van de stelling na 35.Tf3 Dxe7+ 36.Kf1? Wint wit zijn toren niet eenvoudigweg terug en redt hij daarmee de partij?

In de rangschikking schuift Dries op naar de tweede plaats, achter Pascal, die enkele partijen meer heeft gespeeld. Jan, Marc en Kiran staan samen derde. Wouter is na drie nederlagen weggezakt naar de zesde plaats, voor Tony en Lucas. Maar zoals altijd: de weg is nog lang en in deze reeks kan iedereen van iedereen winnen.

2 reactie op “Reeks 1: Dries rukt op, Wouter valt terug”
  1. Belangrijke nuance in mijn partij is dat de witte loper op f4 stond en niet op d4, veel alternatieve lijnen konden daardoor niet wegens dameverlies

  2. Eindelijk tijd om dit te “bekijken”. Een echte doos van Pandora als je het mij vraagt.
    Mijn buikgevoel zegt me dat wit dan nog in de problemen zit, (na 36…Th2 37.Kg1 De4 (of Th3 38.Kg2 De1) misschien kan 36…De4 ook wel) maar ik krijg dit niet echt netjes uitgerekend. Rond zet 36 nog wat tijdnood erbij… Knap wel allemaal.

Reacties zijn gesloten.