Reykjavik revisited

Avatar foto

DoorJan T'Sas

mrt 22, 2026 339 views

Vorig jaar konden we allemaal volgen hoe Pascal het ervan afbracht op het toernooi van Reykjavik, inclusief beeldmateriaal en info over stad en land. Ondanks het pittige inschrijvingsgeld (en IJsland zelf is evenmin goedkoop) is het toernooi al jaren een traditie waar veel schakers op afkomen, van top-GM’s tot clubspelers zoals jan (😊) en alleman. Ongetwijfeld speelt enige schaakromantiek ook mee, want wie wil niet een keer de zaal bezoeken waar Bobby Fisher in 1972 Boris Spassky versloeg, en daarmee de Russische hegemonie in het schaken een lang nazinderende klap toebracht. We waren toen in volle Koude Oorlog.

Zelf was ik twaalf toen de kranten en het televisiejournaal over de beroemde tweekamp berichtten, en op die leeftijd had ik nog nooit een schaakstuk van dichtbij gezien. Toch zijn die beelden bij mij blijven hangen. Ik herinner me nog een interview met Fisher, vlak na het behalen van zijn wereldtitel, waarbij een journalist hem vroeg: “What is your overall impression of your opponent, Boris Spassky?” waarop Fisher flegmatiek antwoordde: “He’s the second best chess player in the world.” De rest weten we. De schaakwereld zal zich voor altijd afvragen hoe het eraan toe zou zijn gegaan, mocht Fisher zijn titel hebben verdedigd tegen Karpov, toernooien zijn blijven spelen en nieuwe bijdragen hebben geleverd aan de openingstheorie. Het draagt bij tot de romantiek rond zijn persoon als schaker. Als mens ontspoorde hij echter steeds meer, maar dat is een ander verhaal. Fisher eindigde zijn leven in Reykjavik en overleed er op – o toeval – 64-jarige leeftijd. Een bezoek aan zijn graf zit standaard in de Golden Circle Tour, die de toernooiorganisatie op 30 maart aanbiedt. Natuurlijk neem ik deel.

Terug naar vorig jaar dan. Ik ben er vrij zeker van dat Pascals verslagen weerklank hebben gevonden bij schakers binnen en buiten onze club, want dit jaar staan er behalve ikzelf nog negen andere Belgen op de deelnemerslijst. Ik ken er een persoonlijk en enkele van naam. Allicht zullen we elkaar af en toe vinden aan het analysebord of – je weet het nooit met de loting – achter het wedstrijdbord. Het toernooi telt meer dan honderd (!) GM’s, WGM’s, IM’s, WIM’s en FM’s (en ook de mij onbekende CM’s en AFM’s, waarvan ik aanneem dat het geen afkortingen van medicamenten zijn of iets dergelijks), met als bekendste naam Vasyl Ivanchuk (2624) op bord 4. Ook de Fransman Maxime Lagarde en onze noorderbuur Max Warmerdam zijn zeker geen onbekenden voor ons. Tijdens dit toernooi wordt er ook aan liveborden gespeeld, al vind ik daar op de toernooiwebsite voorlopig niets van terug. Wel kregen alle deelnemers deze week een mail met  een uniek aanbod: betaal je 100 euro, dan kun je ook op een live bord spelen, welk bordnummer je op dat moment ook hebt. Geen haar op mijn hoofd dat eraan denkt om daarop in te gaan, maar misschien kan ik mijn tegenstander ertoe overhalen…?

Terug naar de deelnemerslijst. Binnen de top honderd vinden we toch drie spelers zonder titel, ondanks veel ELO-punten. De meest opmerkelijke daarvan is de Chinees Renjie Huang die zomaar even 2516 ELO heeft. Ik verdenk de man ervan wel degelijk een titel te hebben maar hem te verzwijgen voor zijn tegenstanders (Sorry, Renjie, we hebben je wel door). Een Amerikaan met de poëtische naam Siddhart Singh (2342) is ook nog titelloos, maar omdat hij nog geen zestien is, krijgt hij van mij het voordeel van de twijfel. En jawel, op plaats 99 duikt de eerste Belg op. Dat is Mathieu Loncke (2263) die – even opgezocht – bij de Brusselse club Fous Diogéne speelt. Van onze buren in Borgerhout staat Andy Baert (2134) op de deelnemerslijst, met een FM-titel voor zijn naam. Zelf sta ik op de 229ste plaats van de 439 deelnemers. Dat zou normaliter de kans op een partij tegen een GM of IM als tegenstander in ronde 1 vrij groot maken, ware het niet dat de loting van de partijen gebeurt via versnelde Zwitserse paring. Eerst een partij of drie winnen dus, heet dat dan. Jawel, ambitie moet er wezen.

Ambities? Dit seizoen speelde ik een prima clubkampioenschap, maar in de externe toernooien verviel ik af en toe in de ziekte van vorig jaar,  met name door een blunder de partij weggeven. Het verklaart mijn opvallend lage Fide-ELO (1905 tegenover 2004 nationale ELO). Geen idee hoe zulke uiteenlopende prestaties te verklaren zijn, maar het doet wel vragen rijzen over mijn vormpeil voor een toernooi als dit. Toernooispelers mag je bovendien nooit onderschatten, zeker als hun rating op het eerste gezicht niet zoveel voorstelt. Zo verloor ik ooit met wit van een Italiaan met 300 ELO-punten minder. Ik had hem duidelijk onderschat en mocht na 24 zetten opkrassen. Mijn beste toernooi speelde ik in 2013, een BK in Antwerpen, waar ik met 6/9 en een TPR van 2140 netjes in de prijzen viel (het als Wouter trouwens, die toen als jeugdspeler eveneens 6/9 haalde). Maar dat is al tijdje geleden en nu prijkt er achter mijn naam in de toernooitabel ‘S65’. Dat is het voorrecht van mensen met steeds minder of steeds grijzere haren. Benieuwd of dat indruk zal maken op mijn tegenstanders dan wel hen de hoop zal influisteren dat ik na een uur of drie achter mijn bord in slaap zal vallen.

In dat verband ben ik minder optimistisch gestemd over twee toernooidagen waarop we niet een maar twee partijen moeten spelen. Eén snelle remise en dan voluit gaan in de andere partij? Zou niet slecht zijn. In internettijden als deze zullen alle spelers bovendien wel op zoek gaan naar partijen van hun tegenstanders. Dankzij de niet erg logisch lijkende spelling van mijn achternaam vind je er op Chessbase niet veel van mezelf en die dateren ook al van lang geleden. Benieuwd hoe betrouwbaar die partijen nog zullen overkomen, maar ik oefen al een tijdje een B-repertoire in op chess.com en ga dat nu maar eens toepassen in de praktijk. Loopt dat slecht af, geen probleem, er komen nog toernooien.

Om deze voorbeschouwing af te ronden: mijn eerste dagen in Reykjavik staan eerder in het teken van acclimatiseren en de stad leren kennen dan van schaken. Ik heb me in een Airbnb-studio genesteld met schitterend uitzicht op een baai (en hopelijk ook op het noorderlicht) en op tien minuten lopen van Harpa, de imposante congreshal waar het toernooi plaatsvindt. De weersvoorspellingen voor de volgende week kan ik samenvatten als dagelijks winterse neerslag bij temperaturen van -8 tot 2 met een stijve bries die de gevoelstemperatuur nog wat meer naar beneden duwt. Overal ligt er trouwens sneeuw. Dat belooft.

4 reactie op “Reykjavik revisited”
  1. Veel plezier, Jan! Over de titels die je noemt: CM (te claimen vanaf FIDE 2200) is toch al een ding sinds … 2002! Wel is het regelmatig een onderwerp van spotternij, omdat de “echte” schakers deze niet zouden erkennen: pas vanaf FM (2300+) zouden het echte meestertitels zijn.

    Van de Arena titels (AGM, AIM, AFM en ACM) ben ik wel verbaasd dat die vernoemd worden. Deze haal je op het online platform “FIDE Online Arena” met rapid, blitz of bullet en aangezien dit platform geen gratis speelvorm heeft, wordt het uitgeven van deze titels -zo heb ik vernomen- gezien als ‘cashgrab’ en zeggen deze nauwelijks iets over je kwaliteiten in klassiek schaak.

    Groetjes,
    ACM Lars Houtman 🤡

  2. Jan is wel onze Club Meester he.
    Geniet van deze schaakpelgrimage, Jan!

  3. Bedankt voor de info, Lars, ik heb het duidelijk niet bijgehouden. In sommige landen (vroeger ook bij ons) heb je ook de titel NM (nationale meester), maar die titel is niet Fide-proof en daarom afgevoerd.

  4. Veel succes en veel plezier, Jan! Ik ben reuzebenieuwd naar je verslagen.

Een reactie achterlaten

Off topic reactie | Meld een fout/klacht | Gedragscode

Opgelet, je bent niet ingelogd. Je reactie zal mogelijk eerst moeten worden goedgekeurd door de webmaster vooraleer ze op de website verschijnt.

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *