De Grand Chess Tour (GCT) krijgt, finales uitgezonderd, doorgaans zijn beslag in augustus, met twee gerenommeerde evenementen in Saint Louis, eerst Rapid & Blitz en onmiddellijk daarna, de onvolprezen Sinquefield Cup, samen met Tata Steel het belangrijkste klassieke tornooi van het jaar. Dit jaar bestond de hele cyclus uit 5 luiken, 3 rapid & blitz en 2 klassiek. Kwamen al aan de beurt: Super Rapid & Blitz Polen (Warschau, winnaar Niemann), Super Chess Classic Roemenië (Boekarest, winnaar Keymer) en Super Rapid & Blitz Kroatië (Zagreb, winnaar Firouzja). Met Saint Louis Rapid & Blitz en de Sinquefield Cup zijn we dan rond, op het sluitstuk na. De vier best gerangschikte spelers in de eindstand mogen dan eind augustus nog eens tegen elkaar bakkeleien in de GCT-finales, die gespeeld worden in knock-outformat, met halve finales (1 tegen 4 en 2 tegen 3) en finale.
Het eerste tornooi van die drukke augustusmaand was dus Saint Louis Rapid & Blitz (speeldata: 2-5 augustus). U weet dat ik niet meer zo’n fan ben van (het verslaan van) al die snelle bedoeningen, maar omdat dit geval meteen gevolgd wordt door de op en top klassieke Sinquefield Cup maak ik – welwillend – een uitzondering. Het mag ook wel, omdat we ook veeleer uitzonderlijk mochten meemaken dat de eindwinnaar van de eerste tot de laatste dag aan de leiding stond. Meestal wint één iemand het rapidluik en een ander het blitzgedeelte, waarna één van die twee de beste blijkt in de totaalstand (al is een derde hond niet uitgesloten), maar nu werden beide onderdelen gewonnen door dezelfde speler, die dus ook en met glans eindwinnaar werd.
Wie dat was, kan ik moeilijk nog veel langer geheimhouden – van bij de eerste dag zult u het normaal doorhebben – maar ik doe mijn best. Vooraf nog dit: rapid (25+10) gaat over 9 ronden, verspreid over 3 dagen, blitz (5+2) over 18, in 2 dagen. Daarom tellen de punten in rapid dubbel, zodat beide luiken evenveel punten hebben (maximaal 18+18=36). Meer dan eens blijken sommigen/velen heel anders te presteren in beide onderdelen, zodat goed begonnen niet altijd half gewonnen is, en omgekeerd.
Op dag 1 (rapid, dus) versloeg Aronian (Jorden) Van Foreest en haalde So het van Liang. Vervolgens werd Aronian op zijn beurt in de prak gespeeld door de latere winnaar, die ten slotte Caruana het nakijken gaf (zie onderstaande stelling), terwijl ook Sindarov zegevierde tegen Van Foreest.
Caruana (met wit) heeft hier een paard tegen liefst 4 vrijpionnen en dat waren er wat veel, zoals zijn tegenstander redelijk moeiteloos aantoonde. Tja, nu weet u nog niets, natuurlijk.
Onze vooralsnog onbekende winnaar deed er nog een zege bij op dag 2 (ten koste van Liang) en 2 remises (eentje tegen So van 117 zetten). Het volstond voor een voorsprong van 2 punten op Sindarov en nog een punt meer op een vijftal op plaatsen 3-7. Kenmerkend voor de dag was het grote aantal remises – 13, tegenover amper 2 zeges – én gemiste kansen. De 2de zege was overigens voor Van Foreest, die So kon vloeren.
Op naar dag 3, en de laatste 3 rapidrondes. Ook een leider kan al eens verliezen, bv. in de laatste ronde tegen Van Foreest (zie zo dadelijk een stelling), en toch nog het onderdeel met een punt voorsprong afsluiten. Winst was er voor Keymer (tegen dezelfde Van Foreest maar 2 ronden eerder), voor Caruana (tegen Liang), voor So (tegen Caruana), Praggnanandhaa (tegen Keymer) en Sindarov (tegen Liang). Uit de partij Van Foreest–Praggnanandhaa (jawel, als u het al niet wist intussen, maar men moet het spelletje Rarara-wie-is-het? ook niet tot in den treure willlen volhouden), ook een leuke stelling, met een verrassend vervolg:
Hier speelde Van Foreest ongegeneerd 20. Pg5! Niet bepaald iets wat ik a tempo uit mijn mouw zou schudden, want zie ik daar nu niet gelijk een toren hangen op h1? Pragg sloeg de toren ook, want er is geen overvloed aan reddende laat staan winnende alternatieven. Er volgde 21. Ld3, wat mat dreigt via Lxh7+ en Dxf8#, en tegelijk de dame aanvalt, 21. … Dxd1+ 22. Kxd1 Lg4+ 23. Kc1 Tad8 (23. … Kh8 was wellicht beter) 24. Lxh7+ Kh8 25. Lg6 en drie zetten later gaf zwart op.
Daarmee was deel 1, Rapid, klaar en was de vraag of Praggnanandhaa (12/18) op zijn elan zou voortgaan in deel 2, Blitz. Volledigheidshalve: Sindarov eindigde op de 2de plaats (11/18), So werd 3de (10/18) en dan volgde een viertal met 50% (9/18). Met 18 partijen te gaan was er dus nog veel mogelijk, gelet op het feit dat men in blitz toch vaak wat wankeler op zijn schaakbenen staat. Als dat voor iedereen op dezelfde manier geldt, maakt het niet veel uit: je verliest een keer meer, maar iedereen doet dat, dus per saldo verandert er in wezen niets. Alleen, dat is nu meestal net niet het geval: sommigen doen het onverhoopt goed, anderen onverhoopt slecht, en de rest speelt wat jojo in het midden. Opmerkelijk: het aantal remises in rapid kwam haast perfect overeen met dat van blitz: 13/45 tegenover 25/90. Het snellere tempo betekent dus niet per se meer kortsluitingen …
Met een frisse 6/9, een halfje meer dan eerste achtervolger Sindarov, breidde Praggnanandhaa op dag 1 zijn voorsprong in de totaalstand uit tot 1,5 punt. De onderlinge partij, in ronde 8, speelde daarin een sleutelrol. Toen de dames na 22 zetten de doos ingingen, leek remise de voor de hand liggende uitkomst te worden, tot Pragg zich onnodig een pion liet ontfutselen. Het eindspel was winnend voor Sindarov, maar die gooide de winst weg door een nauwelijks te begrijpen blunder in de volgende stelling (na zet 42. … h6+):
Tuurlijk, reflexmatig denken we dadelijk: als wit g6 slaat, loopt de zwarte f-pion simpel door, en dus lijkt 43. Kf4?? (de zet van Sindarov) de juiste keuze. Quod non, want met 43. Kxg6 komt wit simpelweg eerst: 43. … f4 44. c7 Kd7 45. e6+ Kxc7 46. e7 Kd7 47. Kf7 f3 48. e8D+. Na 43. Kf4?? Ke6 ontsnapt zwart met remise (44. Kf3 g5 45. Kg3 Ke7 46. hxg5 hxg5 47. Kf3 Ke6 48. Kg3 Ke7 49. Kf3: zwart kan niet weg van de witte vrijpionnen, wit is gebonden aan het tegenhouden van de zwarte). Tja, een snuifje geluk hoort er ook bij. Anders was Sindarov tot op een half punt genaderd, maar als dag 2 dan op dezelfde manier zou verlopen zijn als nu, ging Pragg nog altijd met de trofee naar huis. Het zou wel wat nagelbijtender zijn geweest.
De rest van het veld slaagde er niet in de top 2 te verontrusten. Aronian had wel een productieve dag (4x winst) maar slikte ook 2 nullen, So en Caruana deden dat eveneens met een zege minder en de rest verloor nog meer en/of won nog minder. Het verschil (in de totaalstand) tussen de 1ste en de 3de bedroeg al 3 volle punten, dus qua inhaalmogelijkheden (vanaf plaats 3) waren de zaken al bijzonder beperkt geworden. Enkel Sindarov, 2de op 1,5 punt, leek nog op een overbrugbare afstand te staan.
Als er overbrugd zou worden, kon de dag moeilijk beter (lees: slechter voor de leider) beginnen. Praggnanandhaa begon met een remise tegen Keymer en verloor dan van Liang, terwijl Sindarov remise speelde tegen Aronian maar won van Van Foreest. Het verschil tussen de eerste twee bedroeg dus nog maar een half punt. En Sindarov liet niet af: in ronde 12 vloerde hij Keymer en mocht Pragg niet onderdoen. Die legde gepast Giri over de knie en behield zijn voorsprong. In de volgende ronde liep Sindarov echter tegen de muur, in de persoon van Caruana, terwijl Pragg standhield tegen So, die het zekere voor het onzekere nam met een zetherhaling in een moeilijke maar iets betere stelling. Vervolgens liep de leider weer uit tot 1,5 punt, na een zege tegen Van Foreest en een remise tussen Sindarov en Liang. Kon er in de 4 resterende ronden nog een mirakeltje af?
Dat zat er niet aan te komen, want de top twee gingen allebei voort met remise, zodat het verschil even groot bleef en het aantal ronden en dus kansen met één verminderde. Achter hen werd wel drie keer gewonnen, maar met halfjes winst schoot niemand veel op. In ronde 16 wonnen de twee tenoren opnieuw (Pragg van Domínguez en Sindarov van Giri), wat de zaken nog meer in een beslissende plooi ging leggen. Al moesten de koplopers in de voorlaatste ronde elkaar weer in de ogen kijken. Sindarov had een extra pionnetje in een T+P-eindspel, maar Praggnanandhaa verdedigde secuur en hield netjes remise. Daarmee was de eindwinst (in de totaalstand) al binnen, één ronde voor het einde, al kon Sindarov in theorie nog het blitz naar zich toe trekken. Beiden speelden echter remise in de laatste ronde en dus won Praggnanandhaa alles wat er te winnen viel: rapid, blitz en algemeen.Voor de volledigheid alle top 3’s:
Rapid: 1. Praggnanandhaa (12/18), 2. Sindarov (11/18), 3. So (10/18)
Blitz: 1. Praggnanandhaa (11,5/18), 2. Sindarov (11/18), 3. So (10,5/18)
Algemeen: 1. Praggnanandhaa (23,5/36), 2. Sindarov (22/36), 3. So (20,5/36)
Dit in de prijzen vallende trio, heel consistent presterend, verdient respectievelijk 13, 10 en 8 GCT-punten. Praggnanandhaa komt in de GCT-totaalstand daardoor op de 2de plaats (24,5), terwijl So (23,5) 3de wordt. Op 1 en 4 vinden we Caruana (25) en Keymer (21). Dat zijn op dit moment de vier die de finales zouden spelen, tenzij de Sinquefield Cup (10-19 augustus) voor één of meer van hen nog roet in het eten komt gooien. Sindarov is er dus (nog) niet bij, maar staat wel 5de, op een halfje slechts van Keymer. Eén plaats hoger eindigen (een half punt meer volstaat) en het is gebeurd. Opmerkelijk trouwens: terwijl wereldkampioen Gukesh de hele tijd al wat belabberd uit de verf komt, rijgt uitdager Sindarov de mooie resultaten – hij staat nu ook op 1 in het FIDE-circuit 2026-27 – aan elkaar. Oké, dit was maar rapid en blitz, niet klassiek, maar toch. Voor het vertrouwen kan het moeilijk beter. Nu eerst kijken naar de Sinquefield Cup (1ste ronde op 10 augustus, vanaf 19u00 onze tijd), en die is wél klassiek.

