Voor de derde keer in negentien jaar mocht ik deze week de simultaan van de clubkampioen geven, graag schrijf ik er dit verslag over. Na een uitstekende score in 2007 (80%) en een verdienstelijke in 2023 (70%) werd het deze keer een wat minder eindresultaat: 62%. Ik begon nochtans uitstekend met 6,5 punten uit de eerste zeven partijen – het was dan net voorbij tienen – maar daarna begon de motor te sputteren. In zes gelijke of licht voordelige partijen sloeg ik aan het blunderen, wat ik vooral wijt aan fysieke vermoeidheid (ik ben geen twintig meer) en de toenemende druk om toch maar niet te lang aan een bord te blijven staan. Vooral dat laatste maakt een simultaan in mijn ogen zwaar. Tegelijk ligt het niveau tegenwoordig hoger dan twintig jaar geleden, dat merken we al langer dan vandaag. Last but not least was het ook de verdienste van mijn tegenstanders om a) gelijke tred te houden en b) fouten af te straffen. Het duurde in elk geval tot middernacht voor alle 21 partijen gespeeld waren.

Qua opening was er veel variatie te zien op de borden: driemaal Spaans, driemaal Siciliaans, driemaal Colle, viermaal Frans, driemaal Skandinavisch, eenmaal Hollands, eenmaal Russisch, eenmaal Bird, eenmaal Middenspel en een eenmaal de ‘hippo’. Of variëren qua openingszetten helpt in een simultaan? De scores lijken een ander verhaal te vertellen. Ik ben van nature een e4-speler die af en toe wat anders speelt, maar dat brengt andere stellingstypes op het bord dan ik gewend bent, zeker als er snel moet worden gespeeld. Variëren is nuttig om verwarring te vermijden, maar je moet alert blijven. In de Franse verdediging probeerde ik bijvoorbeeld driemaal de Nimzowitsch-doorschuifvariant uit, maar dat blijkt niet zo’n goede keuze voor een simultaan: stellingen blijven lang gesloten, strategisch is het allemaal niet zo eenvoudig en tactische combinaties dienen zich niet meteen aan. Ten slotte kwamen er als bij toeval veel toreneindspelen op het bord, die ik niet allemaal met succes wist af te ronden. Zei Arben Dardha enkele maanden geleden niet hoe belangrijk eindspelkennis is…?

Ik ontving enkele partijen (bedankt!) en onthield een paar interessante stellingen. Een selectie:

T’Sas – Torfs: Zwart staat al de hele partij onder druk en heeft een vrijpion op d6 moeten toestaan. Met een gesloten stelling en nog enkel torens op het bord, lijkt hij een blokkadestelling te hebben bereikt, maar dat is niet het geval, want wit heeft twee breekzetten. Er volgde: 37.a4 (de eerste breekzet, om de zT weg te lokken) Tb8 38.axb5 Txb5 39.d7! (en de tweede) Ke7 40.d8D+ Kxd8 41.Kd6. De witte koning loopt binnen, pion c6 valt en de zwarte c-pion besliste de partij.

T’Sas – Heynen: Het is er wild aan toe gegaan in deze partij, maar wit heeft het laatste woord. Met welke combinatie maakt hij het af?

Interessant was ook de partij tegen Tom Coenen. De partij toont aan hoe belangrijk het is om in de Nimzowitsch-variant van het Frans de juiste keuzes te maken. Zwart deed het bijna helemaal goed:

Zoals gezegd waren er ook (onverklaarbare) blunders. Ik pik er drie uit:

T’Sas-Vavarenko: de stelling is volledig gelijk. Zwart heeft wel druk op f2 en de witte h-pion is een potentieel aanvalsdoel, maar zodra de zK naar h4 wil wandelen, staat Tb1 klaar om hem met schaaks weer terug te drijven. Probeert de zK via f4 binnen te komen, dan heeft wit flankschaaks. Zwart komt dus niet verder. Hier speelde ik echter de grafzet Tb3?? Aan u de eer om na te gaan waarom dat zo slecht is.

T’Sas – Elizalde: Wit staat een pion achter maar kan hier 1.Tee1 gevolgd door het sterke 2.Pe4 spelen, waarna de partij nog alle kanten uit kan. Dat gebeurde echter niet wegens 1.Th5?? Een mooi voorbeeld van spoken zien: In de huidige stelling zou zwart wel Td1+ kunnen geven, maar wit antwoordt Tee1 en er is niets aan de hand. Die gedachte bleef blijkbaar hangen toen ik Th5 speelde.

T’Sas – de Lombaert: Zwart heeft zich prima verdedigd en net Tc8 gespeeld. Hij heeft wel een zwakke pion op c7, maar die is voldoende gedekt. Het is niet meteen te zien hoe wit de druk nog kan opvoeren, want zwart heeft altijd nog Ld8, terwijl wit met een achtergebleven a-pion zit. Remise lijkt een logische uitslag, maar geloof het of niet, hier misrekende ik me compleet met 1.Txc7?? Achteraf gezien is dit moeilijk te verklaren, tenzij – opnieuw – een verkeerde stelling voor ogen hebben, in dit geval de stelling voor er Tc8 werd gespeeld. Ik ken geen schaakboek dat zulke blunders uitlegt, u wel?

Gelukkig leidde niet elke fout tot partijverlies:

T’Sas-Caramalau: 1.Th6 wint met de vingers in de neus, maar ik speelde overhaast 1.Kd4? waarop de bordjes ei zo na werden omgedraaid: 1…Kd4 2.Td2+ 2.Kc5 h7 3.Td7+ Kc8 4.Th6 h8D 5.Txh8 Txh8. Het was de laatste partij van de avond, wat tot wederzijds blitzen en remise leidde.

In T’Sas-Callens leidde een (onvoorzien) kwaliteitsoffer dan weer tot remise:

Zo, ik voeg er nog aan toe dat ik nog tot twee uur heb wakker gelegen en om vier uur opnieuw wakker schoot en over de partijen begon te peinzen, zo intens was dit. Toch blijft dit een unieke schaakbelevenis die ik graag toewens aan mijn opvolger 🙂

9 reactie op “Simultaan clubkampioen: 11+, 5=, 5-”
  1. Jan,in een simultaan moet je de zaken zo eenvoudig mogelijk houden en de partijen op techniek trachten te winnen.En je niet inlaten op chaotische,ingewikkerlde stellingen,die je bij gebrek aan bedenktijd toch niet kunt doorrekenen.
    Het is inderdaad waar dat de tegenstanders met de tijd sterker zijn geworden,hetgeen uw taak er uiteraard niet gemakkelijker op maakt.
    Ook tegen Caramalau had je kunnen winnen.Toen de T van zwart op c5 stond,had je b4 kunnen spelen,de T heeft geen veld,waardoor je geforceerd een kwaliteit had kunnen winnen.

  2. Beste Jan
    In de stelling van onze partij die je toont staat de zwarte toren op b8 ipv a8
    Nog eens bedankt voor de leuke partij

    Mvg
    Guy

  3. Mooi verslag. Toch knap gedaan om 21 partijen gelijktijdig op een avond te spelen. Eventueel is het een mogelijkheid om een kloksimultaan te doen in de toekomst?

  4. De beste speler van het land wint toch ook niet van u in een simultaan, Jan? Om maar te illustreren dat een simul spelen niet evident is.

  5. Knappe prestatie Jan . Ik was idd van plan om op zet 16 . … Lf6 te spelen maar zag met Th5 tactische combinatiemogelijkheden langs de diagonaal h5 – e8 om
    die te vermijden ben ik op de veiligheid gaan spelen . Nu ja veilig stond de koning na de rokade ook niet maar denk beter dan dat die had blijven staan.

  6. @Patrick: Inderdaad, snel stukken ruilen en het eenvoudig houden, dat advies kreeg ik jaren geleden al (maar soms lukt dat niet natuurlijk). Ik herbekeek mijn partij tegen Adina maar vind geen stelling waarin ik de kwaliteit had kunnen winnen. Ofwel pakt Tc5 de pion op c4 ofwel heeft hij een of meer vluchtvelden.

  7. @Jan, ik heb je analyse van je partij tegen Gert bekeken en kreegde indruk dat na 41. Kd6 wit nog niet gewonnen staat vanwege 41. Kd6 Txb4 met dreiging Txf4. De zwarte c pion valt idd maar krijgt zwart niet voldoende tegenspel met een actieve toren ?
    PS : indrukwekkend dat je na een simultaan sessie + bijna slapeloze nacht nog de energie vindt om deze analyses uit je hoed te toveren 👌

  8. @Frank: De passie voor het schaken, hé :-). I.v.m. je opmerking over het eindspel tegen Gert: nu ik het nog eens bekeken heb en de computer erbij gehaald, had zwart inderdaad compensatie, maar het vergde zeer correct spel om daar remise uit te halen. Tegelijk had ik het me wel heel gemakkelijk kunnen maken door 40.Td3 te spelen i.p.v. meteen te promoveren (40…Kd8 41.Kd6 en 42.Kxc6). Nu volgde in de partij 40…Kxd8 41.Kd6 Txb4 42.Txe6 Txf4 43.Txg6 Kc8? [Remisekansen biedt 43…Td4+ bv. 44.Kxc6 Txh4 45.Tg8+ Ke7 46.Tg7+ Kd8 47.Txa7 Tg4 48.Ta8+ Ke7 49.Ta2 Kd8! 50.Tc2 h4 51.Kd6 Tg6+ 52.Ke5 Tg3 53.Kxf5 h3 54.gxh3 Txh3=] 44.Kxc6 Kd8 45.Tg8+ Ke7 46.Tg7+ Kd8 47.Txa7 Txh4 48.Ta8+ Ke7 49.Kc7 Tg4 50.Ta2 Ke6 51.c6 Tg7+? [versnelt het einde, maar wit staat al op winst, bv. 51…Tg3 52.Tb2 Tc3 53.Kb7 Kd6 54.Td2+ Ke7 55.c7 Tb3+ 56.Kc8 h4 57.Td7+ Ke8 58.Td5 Ke7 59.Txf5 Tb4 60.Tc5 Tb2 61.Tc4 Txg2 62.Kb8 Tb2+ 63.Ka7 Ta2+ 64.Kb6 De witte koning wandelt naar de toren toe waarna zwart geen schaaks meer heeft.] 52.Kb6 Tg8 53.Td2 Tb8+ 54.Kc7 Tb4 55.Te2+ Kd5 56.Td2+ Kc5 57.Kd7 Kb6 58.Td6 Ka7 [58…Tc4 59.Td3 (niet 59.c7+? Kb7=) 59…Tg4 60.Tb3+ Kc5 61.c7 en wint] 59.c7 Tb7 60.Kd8 1-0. Toreneindspelen waarbij beide partijen over het hele bord pionnen kunnen pakken zijn niet eenvoudig, dat blijkt nog eens. Mijn redenering was: mijn c-pion staat het dichtst bij promotie, er zijn matdreigingen en de wK is al in de zone van de waarheid.

Een reactie achterlaten

Off topic reactie | Meld een fout/klacht | Gedragscode

Opgelet, je bent niet ingelogd. Je reactie zal mogelijk eerst moeten worden goedgekeurd door de webmaster vooraleer ze op de website verschijnt.

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *