Met een verdiende tweede zege op rij heeft SKOG 1 zich losgemaakt van de degradatieplaatsen, we zijn om zo te zeggen weer ‘bij de mensen’. De cijfers (3,5-2,5) doen uitschijnen dat het een spannende match was, maar eigenlijk lag de overwinning snel vast en ze kwam nooit in gevaar.

Pascal (bord 3) was het snelst klaar. Zijn verslag: “In de doorschuifvariant van Caro-Kann bereikten we onderstaande stelling. Ik had zelf al heel wat tijd verbruikt om compensatie via ontwikkelingsvoordeel te vinden voor een openingsfoutje, terwijl zwart snel bleef spelen, zich van geen kwaad bewust. Op zet 12 nam zwart mijn centrumpion op d4 waarna het snel uit was. Wat speelde wit?”

Dries en Tony deelden de punten in een chaotische partij waarin beide spelers kansen misten. Dries: “Zwart wist in het middenspel een pion op f3 te installeren die die de witte koning een serieus onveiligheidsgevoel bezorgde. Zoals zo dikwijls bleek deze intuïtie niet in overeenstemming met de realiteit. Objectief gezien had wit een winnend voordeel op basis van zijn actievere stukken. Na enkele tactische acrobatentoeren kwam de zwartspeler dan weer in het voordeel (tja die pion op f3 bleef maar leven). Ik voelde aan mijn kleine teen dat er sterke voortzetting moest zijn maar vond deze niet en moest berusten in remise na herhaling van zetten.”

Hoe goed het Jan vergaat in het clubkampioenschap, hoe ongelukkig in de interclub. Hij baalde als een stekker na onterechte opgave in een winnende stelling (“Dat was me in veertig jaar schaak nog maar één keer overkomen”). Na de opening stond hij wat minder en moest hij veel tijd investeren in het juiste plan voor tegenspel. Dat lukte ook, maar zwart liet zich niet inpakken. De cruciale stelling is deze:

Zwart heeft net 30…Pc2 gespeeld. Niet alleen hangen de witte dame en toren, er dreigt ook 31.Txf2 en mat, zodra wit f2 niet meer verdedigt. De tussenzet 31.Da7 (of Db6) volstaat niet, want na 31…Pxe1 32. Db8+ of Da8+ kan zwart het mat verhinderen met 31…Pe8 en tot overmaat van ramp is 32…Dg2# dan niet meer te dekken. Wit vond geen oplossing en gaf op. Toch zit er een reddend manoeuver in de stelling waarmee wit bovendien duidelijk voordeel behoudt. (“Achteraf bekeken niet eens zo moeilijk, dat was nog het ergste”). Wie ziet het?

Remise was ook het resultaat van Bart op bord 6: “Ik offerde in mijn partij een pionnetje om te vermijden dat ik passief zou komen te staan. Gevolg was dat we elk twee torens en twee lichte stukken hadden, maar dat ik wel iets actiever stond. Ik won mijn pionnetje na wat wringen dan ook terug. Mijn tegenstander stelde remise voor; maar dat sloeg ik af, omdat ik vond dat ik nog altijd beter stond. Ik volgde echter een fout plan waardoor wit terug in de match kon komen. In tijdnood kon ik de witte koning met wat schaakjes vooruit jagen en enkele pionnen ruilen. Uiteindelijk was de eindstelling op zet 40 juist 0.0, waarna we deze keer wel de vrede tekenden.”

Lucas zorgde voor het tweede volle punt door een vroeg stukoffer van wit af te straffen. Dat ging zo: “Mijn tegenstander offert bij het begin van het middenspel een paard voor twee pionnen waarvan één ver opgerukte vrijpion op c7. Dat offer verbaasde mij, want ik zag zeer weinig compensatie voor hem en zijn pion bleef gewoon op c7 vast staan. Met mijn stuk meer kon ik deze pion dan ook een keer meer aanvallen dan hem en na een tijdje dan ook winnen. Vanaf dan kon ik de partij gemakkelijk afmaken…”

Met een 3-2 stand op het bord had Nikolaas, als laatste aan de slag, genoeg aan remise in een plusstelling. Nikolaas: “Ik speelde een vrij rustige partij. We deden allebei heel normale zetten tot er een mini-climax kwam op de damevleugel. Daaruit kwam ik met een pionnetje meer, maar ik moest mijn tegenstander wel het loperpaar laten. Wat later werd het een eindspel met ongelijke lopers. Dat klinkt alsof het een droge remise zou moeten zijn, maar het werd uiteindelijk één van de interessantste eindspelen uit mijn carrière, waaraan ik binnenkort een aparte post hoop te wijden.” Wat dat laatste betreft, hieronder alvast een screenshot uit het eindspel.

In eindspelen met ongelijke lopers mag je dan wel twee vrijpionnen hebben, als die niet minstens twee velden uit elkaar staan, zijn de remisekansen voor de verdediger bijzonder hoog. Dat lijkt ook hier het geval te zijn. Maar is deze stelling echt remise?

5 reactie op “SKOG 1 voegt zich ‘bij de mensen’”
  1. De foute aanname was dus dat f2 verdedigd moest blijven worden.
    Ik geef toch liever onterecht niet op dan dat ik het onterecht wel doe 🙂

  2. @Mark: Het probleem is dat je op dat moment niet weet dat je onterecht opgeeft. Ik ging er (verkeerdelijk) van uit dat ik minstens een toren verlies zonder enige vorm van compensatie. Dan is opgave de enige logische conclusie, toch?

  3. @Guy: Correct, 31.Dd5 (dekt het mat op g2) Txf2+ 32. Kh1 Tf8 (verplicht) 33.Tg1 en niet alleen is alle gevaar geweken, wits vrijpionnen geven hem duidelijk voordeel.

  4. for Pascal’s position I would go 1)Txd4 Dxd4 2)Td1 Db6 3)Dd3 Le7 4)Lxe7 Kxe7 5)Dd6+ Ke8 6)Pa4 Da5 7)b4 and win the Queen. more or less forced moves.

Een reactie achterlaten

Off topic reactie | Meld een fout/klacht | Gedragscode

Opgelet, je bent niet ingelogd. Je reactie zal mogelijk eerst moeten worden goedgekeurd door de webmaster vooraleer ze op de website verschijnt.

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *