Vier niet meteen verwachte namen, die strijden voor enerzijds de eindwinst, anderzijds 1 van de 3 tickets voor het Kandidatenfeestje, dat kennelijk in Cyprus zal plaatsvinden, van 28 maart t/m 16 april 2026 (gelijk met dat van de Kandidates, trouwens). Op het ene bord Wei versus Esipenko, op het andere Yakubboev versus Sindarov. Ook weer ongelukkig: die twee zijn beiden (naast 1ste bord Abdusattorov) lid van het Oezbeekse team dat goud won op de Olympiade van 2022 en brons in 2024, en worden hier veroordeeld tot een soort broedermoord. Troost, en of die schraal is of net niet laat ik in het midden: er staat al zeker 1 Oezbeek in de finale en als ze het niet allebei doen, is er ten minste 1 die het Kandidatentornooi haalt (geleden van Kasimdzhanov in 2007). Helemaal nieuw zijn de namen van die vier misschien niet, maar wat extra informatie is nooit weg.
Yakkuboev, bouwjaar 2002, is de tweede Nodirbek van Oezbekistan (de eerste is Abdusattorov) en zoals gezegd lid van het succesvolle Olympiadeteam van 2022 en 2024. Hij is nummer 37 op de wereldranglijst, hoogste ELO 2689, en viel eerder dit jaar (Tata Steel 2025) op in controversiële zin toen hij “om religieuze redenen” weigerde de hand te schudden van opponente Vaishali. Hij verontschuldigde zich nadien uitgebreid bij haar en verzekerde haar dat hij haar als speelster tenvolle respecteerde, en de twee besloten de zaak in der minne. Vaishali won overigens wel.
Land- en teamgenoot Javokhir Sindarov is net als Praggnanandhaa van de lichting 2005. Hij klopte die laatste wel met 8 dagen op de ranglijst van jongste GM’s aller tijden, waar hij (met 12 jaar, 10 maanden en 5 dagen) op 4 staat (na Mishra, Karjakin en Gukesh). Hij is momenteel 25ste op de wereldranglijst, met 2722 als hoogste ELO. Hij is zowat 4 maanden jonger dan Praggnanandhaa, dus hij heeft nog wat tijd om die bij te benen, mocht dat ook lukken.
Yi Wei, geboren 1999,leek enkele jaren geleden de coming man van China, maar zijn steile opgang stokte in 2015 en sindsdien trappelde hij zowat ter ELO-plaatse, omstreeks pakweg 2720-2740. Corona-time en een studie Economie zaten er ook wel voor iets tussen. Inmiddels is hij weer wat progressie beginnen maken (hoogste ELO 2763) – in 2024 won hij Tata Steel, in een tiebreak met 4 waarin hij eerst Abdusattorov en finalegewijs Gukesh versloeg – en momenteel schommelt hij rond de 10de stek op de wereldranglijst. Voor wie halvelings dacht dat hij, hoe talentvol ook, zijn top al bereikt had een boeiende ontwikkeling.
Andrey Esipenko, uit Rusland en dus spelend onder FIDE-vlag, is een leeftijdsgenoot van Yakubboev en hoewel hij het laagste ELO heeft in deze halve finales, staat hij nauwelijks enkele plaatsen onder de Oezbeek: 41ste met 2681 ELO. Ook hij was enkele jaren geleden goed op weg naar de hoogste, of alvast hogere schaakregionen (max 2723, maart 2022), maar sindsdien is hij wat stilgevallen en gestagneerd op een trapje lager.
Kortom, het zijn geen kleine jongens in deze eindfase van de World Cup, al zijn het dan niet de usual suspects. Nu is de top 10 van de wereld immers (net) niet vertegenwoordigd, terwijl vorige keer enkel Abasov de vreemde eend in de bijt was (die in de plaats van Carlsen naar het Kandidatentornooi mocht, al had hij daar weinig te zoeken).
De vraag der vragen: valt de beslissing in de reguliere (aka klassieke) tweedaagse, of laten de heren het liever aankomen op de tiebreaks van dag 3? De 19-jarige Sindarov had eerst zwart tegen zijn landgenoot Yakubboev, maar het belette hem niet om de opening geheel a tempo te spelen en zo zijn tegenstander meteen onder druk te zetten. Yakubboev hield het hoofd echter koel, schatte de stelling correct in en wist zich uit de gevarenzone te houden. Mogelijk kwam hij uiteindelijk zelfs iets beter te staan, maar met een goeie minuut tegen 26 was het raadzamer om geen risico’s te nemen.
Wei werd wat verrast door de Franse verdediging van Esipenko en kwam dus ook een stuk achter in tijd. De Rus leek af te stevenen op een pion meer, maar Wei reageerde goed. Hij schotelde de ander een schijnoffer voor dat niet geaccepteerd kon worden op straffe van dood-als-een-pier. Esipenko leek zich echter uit de problemen en in het voordeel te werken, maar Wei vond weer een oplossing om u tegen te zeggen, in de vorm van loper opgeven en toren toe met eeuwig schaak als uitkomst. Ook hier dus het punt gedeeld, en nog niets beslist.
Op dag 2 – wie is geneigd om voluit te gaan, met het risico er ook vol uit te gaan, als je nog verlengingen kunt spelen? – opteerde Sindarov tegen Yakubboev zonder blozen voor het oersolide Spaanse Vierpaardenspel, en dat leidde ertoe dat de partij binnen de kortste keren (een uur zowat) brandvast en zonder blutsen of builen uitmondde in remise.
Strijd werd er geleverd in de andere partij, waar Esipenko de Petrov van Wei onder vuur nam en zich spoedig in “een droomscenario” (aldus Judith Polgar) bevond. Zo’n vaart liep het nu ook weer niet, want Wei wist wel van wanten en geraakte niet meteen in zwaar weer. Eigenlijk was de klok nog zijn grootste probleem, maar omdat Esipenko ook niet echt een plan kon vinden liep de zaak al spoedig uit op remise. Een klassieke maat voor niets, dus.
Er was in de tiebreaks geen tweede schuifje nodig: in beide matches viel de beslissing al in de rapids (15’+10”) en konden trage en snelle blitz, plus Armageddon de boom in. Misschien niet slecht: als het niet klassiek kan, dan liefst in het minst snelle format. Sindarov had er min of meer op gerekend dat hij tegen Yakubboev beter voor de dag zou komen en/of kansen zou hebben dan in het reguliere strijdkader en was dus goed voorbereid. En inderdaad, zijn tegenstander moest stevig tijd investeren om weerwerk te bieden aan de druk die Sindarov wist te ontwikkelen, en dat resulteerde in een eindspel dat voor laatstgenoemde een stuk florissanter oogde. Die maalde de zaak netjes af en opende de score.
In de tweede partij, waar hij met zwart in winstnood zat, opteerde Yakubboev voor de scherpte van een Siciliaan, maar Sindarov ging de uitdaging niet uit de weg en trok resoluut met zijn koningspionnen naar voor. Het zag er niet goed uit voor Yakubboev, tot hij middels een fraai kwaliteitsoffer het bord helemaal in de fik stak. Geen brand evenwel die Sindarov niet kon blussen, en uiteindelijk zaten de winstkansen vooral bij hem maar drong hij niet meer aan dan nodig. Remise was het logische resultaat. Heel blij was (of toonde) hij (zich) niet, want hij had een vriend moeten uitschakelen …
In de andere halve finale begonnen Esipenko en Wei met remise, zij het dat de Chinees zijn Petrov aardig had bijgespijkerd en in het eindspel toch enig voordeel had. Maar qua tijd stond hij er niet te best voor en dus koos hij voor een veilige herhaling van zetten. De tweede partij zou, na de obligate schermutselingen en tegenstoten, wel op hetzelfde resultaat gaan uitdraaien, zo leek het een tijd, maar dat schijn bedriegt, hoef ik u niet te vertellen. Na een onnauwkeurigheid van Wei, die tot dantoch al het meest de forcing had proberen te voeren, nam Esipenko over en kwam zowat glad gewonnen te staan. Maar dat was zonder de ziedende tijdnood (en de godin Athena, van het drama, weet u wel) gerekend. Eerst vond Wei met nog één seconde op de klok een enige redding, en niet veel later vergat Esipenko, die intussen zijn voordeel grotendeels had laten verwateren, pardoes dat zijn toren open en bloot en prise stond. Die ging dus op slag de doos in, einde verhaal. De onfortuinlijke Esipenko bleef nog een tijdlang in opperste vertwijfeling aan het bord zitten, je zou voor minder …
In de finale vechten Sindarov en Wei het dus uit, beiden met de geruststellende zekerheid dat ze, wat er in hun confrontatie ook gebeurt, hun zitje in het Kandidatentornooi al beet hebben. Tegelijk is er natuurlijk een troosting, waarin Yakubboev en Esipenko hun ontgoocheling moeten proberen weg te spoelen met het derde Kandidatenticket. Helaas, voor één van beiden wordt de kater alleen maar erger …

