Laten we deze keer beginnen met de troosting, oftewel de strijd om de 3de plaats en het resterende ticket voor het Kandidatentornooi. Daar is een goede reden voor, die we voorlopig ongezegd laten, maar die snel duidelijk zal worden. Hoe kruip je weer recht na zo’n vreselijke blunder die je stante pede de finale kost? Dat is een vraag die Esipenko in woord en daad te beantwoorden kreeg. Wat het eerste betreft, dat viel nog best mee: lekker gaan eten, wat pintjes drinken en wedstrijdje voetbal kijken, waarin jouw ploeg, Arsenal, wint van Tottenham. Meer moet dat niet zijn.
Het tweede was nog andere koek. Yakubboev had nog maar twee keer tiebreaks moeten spelen en zag geen reden om zijn niet van enige durf gespeende strategie te veranderen. Hij gooide het Siciliaans Vierpaardenspel op het bord. Esipenko wist er echter wel raad mee en de partij bleef geruime tijd in evenwicht. In het eindspel dat resulteerde had wit een dubbelpion versus een minuspion, maar ook moeite om zijn stelling te verbeteren. Yakubboev had gewoon afwachtend moeten spelen, doch ging wat te energiek te werk, en in enkele zetten (en onder de nodige tijdsdruk) verslechterde de zwarte positie aanzienlijk. Met extra aandacht voor zijn toren (“I double-checked it like 10 times!”), het debacle van de vorige dag indachtig, klaarde Esipenko de klus: 1-0 en een serieuze opsteker na het drama een dag eerder.
Yakubboev had dus winstdwang, zij het met de witte stukken, en dat is meer dan niets. Hij koos een Catalaansachtige opzet, maar werd al snel verrast door het weerwerk van Esipenko. Toen hij bovendien nodeloos zijn loperpaar afstond, gingen de zaken al snel bergaf. Hij had er wel een pion voor, maar de compensatie aan de andere kant was een stuk betekenisvoller. Op de 24ste zet schudde Esipenko een knappe paardzet uit de mouw, meteen de inleiding tot de genadeslag. Twee tellen later gaf Yakubboev zich gewonnen. 2-0 en geheel klassiek, het is eens wat anders. Esipenko is aardig opgeveerd na zijn pijnlijke blunder tegen Wei, en heeft een troostprijs beet die kan tellen: niet zozeer die 3de plaats in de World Cup als wel het laatste te verdienen ticket voor het Kandidatentornooi. Dat gaat er, wat deelnemers betreft, heel vermoedelijk zo uitzien: Caruana, Giri, Bluebaum, Sindarov, Wei, Esipenko, Praggnanandhaa, Nakamura. De laatste twee zijn nog wat virtueel, maar kunnen nog nauwelijks voorbijgestreefd worden in hun respectievelijke leidersplaatsen in het FIDE Circuit 2025 en de hoogste rating (na Carlsen).
Over naar de finalisten. In de eerste (klassieke) partij haalde Wei (met zwart) nog maar eens zijn Petrov (aka Petroff, aka Russisch) boven water en Sindarov antwoordde met de wat minder gespeelde Schotse variant ervan. Aan beide kanten zat het huiswerk goed, want de eerste 20 zetten werden blitzend en flitsend uitgevoerd. Toen dacht Wei ineens 24 minuten na, waarop Sindarov nóg langer nadacht. Even later opteerde de Chinees voor een gemakkelijke, remiseachtige voortzetting, en liet daardoor de kans liggen om Sindarov toch even te laten zweten, ook al was remise nog altijd binnen bereik. De partij doofde vervolgens stilletjes uit.
Wat te denken van de tweede partij? Net zoals op dag 2 van de halve finales in Sindarov–Yakubboev kwam Sindarov in het Spaans Vierpaardenspel terecht, zij het nu met verwisselde kleuren. Dat beloofde niet meteen strijd tot de dood erop volgt, en na 30 zetten was het dan ook uit. Pikant detail: de heren hadden daar niet meer tijd voor nodig dan een doorsnee rapid die niet eens op tijdnood uitdraait. Op de klok: Wei had nog 1 uur, 34 minuten en 15 seconden, Sindarov 1 uur, 33 minuten, 59 seconden. Even tellen: begintijd 1u30’ + 15’ increment (voor 30 zetten) = 1u45’ telkens minus de resterende tijd, dat maakt dat de partij om en bij 22 minuten heeft geduurd. Schuivers! Het zit natuurlijk ingebakken in het World Cup format: probeer het verschil niet te maken in de klassieke partijen – salonremises en tutti quanti zijn ongegeneerd oké – maar waag je kans of ga ervoor in het fastchess, waar fouten wat makkelijker voorkomen en je kunt hopen dat niet jij maar de ander zichzelf in de voet schiet. “Boeie!” zegt de hele schaakwereld dan wel, maar zo’n partij is even snel vergeten als ze geduurd heeft, dus: et alors?
Deze keer dus wel weer tiebreaks. In de eerste rapidpartij kwam Sindarov met iets nieuws in het Geweigerd Damegambiet, maar Wei riposteerde gevat in het centrum. De pionopstoot naar g5 was er echter te veel aan en meteen een kans uit de duizend (dat is wat hyperbolisch, maar u vat de bedoeling) voor Sindarov om voor de winst te gaan. Alleen voerde hij het juiste idee uit vóór de winnende zet, zodat Wei het smalle paadje naar remise op kon en aan erger ontsnapte. Even later werd het punt effectief gedeeld.
Toen Sindarov na afloop begreep dat hij iets moois had laten liggen, was hij naar eigen zeggen “heel bedroefd”, maar die treurnis was binnen de kortste keren weg, want hij kwam best leuk uit de Italiaanse opening in partij 2. Bovendien had hij gaandeweg een voorsprong van 6 minuten opgebouwd, niet te versmaden in een partij van 15’. De stelling van Wei leek echter niet dadelijk te slopen, dus stelde hij toch maar remise voor, om te proberen zijn slag te slaan in het nog snellere format, de 5’+3”. Wat overigens vooraf ook zijn plan was geweest, want met het oog daarop had hij al een aantal “tricky lines” in petto. Maar Wei sloeg het aanbod af, omdat hij dacht misschien wel iets te kunnen rapen. De tijdnood golfde echter als een tsunami binnen, en de enige vage kansen op voordeel werden gemist. Tot twee of drie keer toe deed Wei een zet op de laatste één tot drie seconden – geen gedoe voor hartlijders – en dan sloeg het noodlot toe. Omdat hij moest zetten, vergreep hij zich aan een vergiftigde pion die luttele zetten later een toren kostte. O ironie! Esipenko blunderde zijn toren weg tegen Wei, Wei blundert de zijne, weliswaar een stuk indirecter, weg tegen Sindarov. De winnaar, ogenschijnlijk doodkalm en beheerst, haast zich met licht extatische tred naar buiten, familie, vrienden, secondanten, sympathisanten tegemoet. De verliezer, geslagen toch wel, heeft een pak meer tijd nodig om het speelveld te verlaten …
Javokhir SINDAROV wint dus de World Cup 2025 in Goa. De 19-jarige Oezbeek (hij wordt 20 twee dagen nadat de Sint gevolg heeft gegeven aan de aloude vraag van Peter Koelewijn: “Kom van dat dak af!”) is in één klap de jongste winnaar ooit. Wel heeft hij, als we uitgaan van de ELO-lijst van 1 oktober (begin van het tornooi), vóór de finale geen enkele tegenstander gehad met een hoger ELO dan het zijne (2721). De Chinees Yu in de 4de ronde kwam er met 2720 veruit het dichtst bij (die heeft intussen 2726, in de lijst van 1 november, maar is live alweer gezakt naar 2718, terwijl Sindarov nu op 2726 staat). Niet het allerlastigste parcours, dus, terwijl Wei (2754) de verdienste had om ten minste één hogere ELO, Arjun (2773), uit te schakelen. Yakubboev (2689) had enkel Sindarov en Esipenko als hogere ELO’s, en beet tegen beiden in het zand. Esipenko (2693), ten slotte, wist Keymer (2755) te vloeren en verloor van Sindarov. Er zijn er die een moeilijker pad mochten bewandelen, al bleek dat uiteindelijk ook korter.
Ter afsluiting de cruciale stelling in de beslissende partij (wit: Kg3 De2 Tf4 c2 d3 e5 g4 h5, zwart: Kg8 De7 Th1 c3 d4 e6 g7 h6).
Wit aan zet (Wei) ging voor pionwinst middels 57. Txd4?? maar werd afgestraft via 57… Dh4+ 58. Kf4 Te1 59. Dg2 Dg5+ 60. Kg3 De3+ en torenverlies. In plaats van de pion te slaan had hij echter “eenvoudig” remise kunnen forceren. Voor wie het niet live heeft gevolgd of al ergens een analyse heeft gelezen: hoe had Wei remise kunnen maken?

