Weer maar vooruitlopen. FIDE heeft de kwalificatiewegen bekendgemaakt voor het volgende kandidatentornooi, te weten dat van 2022. Een tikkeltje anders dan gewoonlijk, en het is duidelijk dat de perikelen van het vorige, 2019-2020, nog doorwerken. Zo zal er deze keer geen wild card meer zijn, oftewel een speler die de organisatoren mogen nomineren, en ook een next-best-rating levert niets meer op. Daarmee valt het accent des te meer op de winnaars van bepaalde tornooien of tornooicycli, waardoor het Ottenbros-effect mogelijk opnieuw toeneemt. _LEESMEER_

Ter verduidelijking voor alle jeugdige lezers (m/v): de Nederlander Harm Ottenbros, een veeleer bescheiden wielrenner, werd in 1969 in Zolder wereldkampioen op de weg en staat sindsdien symbool voor de veeleer toevallige of eenmalige winnaar, die z’n succes niet zozeer dankt aan z’n talent of inzet als wel aan de “afwezigheid” van de grote jongens, en die verder nooit nog wat kan bewijzen. Het bracht hem ook weinig geluk: nadien liet het peloton hem nooit meer rijden en hij won zowat geen enkele koers meer, zodat hij ten slotte gedegouteerd z’n fiets aan de haak hing (correcter: hij gooide ‘m van de Zeelandbrug in de Oosterschelde). Het is een beetje zoals een one hit wonder in de muziek: één hit en gedaan. Niet zo in het schaken, waar de beste wereldkampioen wordt en z’n uitdager zich eerst zwaar moet bewijzen.

Ergo, hoe kwalificeert men zich voor het kandidatentornooi 2022? Als

– runner-up of verliezer van het voorbije WK (dat wordt Nepomniachtchi of Carlsen)

– winnaar van de World Cup 2019 (jawel, Radjabov meteen geplaatst)

– als 1ste of 2de van de World Cup 2021

– als 1ste of 2de van het FIDE Grand Swiss-tornooi 2021

– als 1ste of 2de van de FIDE Grand Prix-cyclus 2022

Kortom, Radjabov, die zich terugtrok uit het vorige kandidatentornooi (en vervangen werd door Vachier-Lagrave, die zich niet had kunnen kwalificeren) omdat hij het niet verantwoord vond het tornooi te laten doorgaan ondanks de zich ontwikkelende pandemie, krijgt automatisch een plek in het volgende kandidatentornooi. Het mag geen wild card heten, maar het is er wel één, want de Azerbeidzjaan mag zonder spelen door, kennelijk als compensatie voor zijn vrijwillig verzaakte deelname aan het voorbije tornooi. Wat zegt men nu eigenlijk? Wat men eerst zei omtrent Radjabovs “eigen beslissing”, of  dat hij ergens toch wat gelijk had en dus recht op één of andere vorm van schadeloosstelling? Beetje tegenstrijdig, toch. Van deze oplossing, destijds al her en der opgeworpen, zei Carlsen toen dat ze ronduit belachelijk was. Je kunt je inderdaad afvragen waarom men één speler, wegens omstandigheden die men destijds niet vond tellen, een vrijgeleide geeft omdat men diezelfde omstandigheden nu wel vindt tellen. Ik noem het willekeur, net zoals een wild card een vorm van willekeur is.

Verder gaat alle ruimte naar de winnaars en runners-up van enkele grote tornooien. De veronderstelling moet dan zijn dat de besten een drietal kansen hebben om een ticket te bemachtigen en dat dan ook wel zullen doen. De ervaring leert, zie Alekseenko laatst, maar ook diverse top 10-spelers, dat dat niet vanzelfsprekend is. In een cyclus zoals de Grand Prix moet je al over een langere periode of een aantal tornooien goed presteren, dat valt dan meestal nog mee. Maar de World Cup, een bekertornooi, of de Grand Swiss, een Zwitsers geval, leveren al eens grilliger resultaten op, zeker als de nummer(s) 1 en/of  2 hun ticket elders al haalde(n) en de volgende, nummer(s) 3 en/of 4, in aanmerking komt/komen. Dat zou dus kunnen tegenvallen. Willekeur kun je dat natuurlijk niet gaan noemen, maar een garantie dat de sterkste schakers het onder elkaar aflappen om de beste uitdager te vinden, is het zeker ook niet.

Het zal, vermoedelijk of hopelijk, niet meteen betekenen dat de wereldtitel rijp is voor een Ottenbrosschaker, maar de toevalsfactor, of die eenmalige glansprestatie, moet alleszins geen te grote rol krijgen.  Deze keer waren toppers als Aronian, Mamedyarov, So en in eerste instantie (maar later heropgevist) Vachier-Lagrave er niet eens bij, maar wel een Wang en een  Alekseenko (niet eens 2700 toen). Het moet niet meer worden. Wat mij betreft, mag men rustig meer naar ELO kijken i.p.v. specifieke tornooiwinsten. Als je ELO niet zo gunstig is, hebben anderen wellicht meer recht op een kans bij de laatste acht. Of maak een tornooi van 16: de acht hoogste ELO’s en de acht met de huidige criteria. Zo’n mix lijkt me nuttiger. Hallo, Dvorkie?

Een reactie achterlaten