Dat was het dan: de laatste ronde van het Clubkamioenschap 2010-2011 is gespeeld.
In
reeks 3 was het nog nagelbijten naar de afloop van het onderlinge duel
tussen de 2 titelkandidaten Jef en Gert. Gert moest winnen, maar
begon de partij matig._LEESMEER_
Jef bouwde rustig voordeel op tot hij met b5
volledig de mist in ging en Gert duidelijk de overhand kreeg. Gert ging
daarop voor de mataanval maar blunderde in 1 zet alles weg. Dag
voordeel, dag partij, dag reekswinst. Jef partijwinnaar en dus meteen
ook reekswinnaar van reeks 3. Proficiat, Jef!
In reeks 4b eindigde Rudi nog in extremis op de eerste plaats na winst tegen Johan.

In de andere reeksen werd er nog hard gevochten, maar waren de
winnaars al bekend. Hierbij de virtuele uitreiking van de medailles.
Proficiat aan alle winnaars!

Reeks 1
1. Pascal
2. Jan
3. Nikolaas

Reeks 2
1. Wout
2. Frank
3. Quinten

Reeks 3
1. Jef
2. Gert
3. Kenneth

Reeks 4
1. Johan
2. Karel
3. Ghislain

7 reactie op “Dat was het dan”
  1. De openingsfaze heb ik nog niet uitgebreid geanalyseerd ; naar mijn gevoel had geen van ons twee uitgesproken voordeel. Jefs b5 was inderdaad een weird move. Zenuwen of overmoed? De net verplaatste pion werd gewoon geslagen. Toen was ik nog lucide genoeg om te beseffen dat dit een blunder was. Meteen werd mijn a-en b-pionduo een potentiële winner. Maar omdat dat allemaal te lang zou duren besloot ik een mataanval ; Jefs stukken stonden immers afgesneden van de plaats waar schermutselingen zouden plaatsgrijpen. De situatie is eigenlijk heel klaar : op de damevleugel heb ik mooie winstkansen (door die oprukkende a-en b-pion)en op de koningsvleugel kan ik terecht aan mat beginnen denken. Vanaf deze luxueuze situatie sta ik 75% van de zetten op +2.00 tot +3.00 met ergens eenmalige piek van +4.50. Op het moment van mijn blunder heb ik toch al veel van dat voordeel weggegooid, blijkt uit analyse : + 0.00-0.50. Maar door die ene zet tuimel ik plots naar -22. Ja, boeken toe, ik had het meteen door. Zegedronken als ik was, speelde ik even te snel. Toch chapeau voor Jef die zeer ingenieus verdedigde met het mes op de keel (manoevre Dd4, om het mat op g7 te dekken, had ik bv. compleet overzien) en bewees de sterkste te zijn in onze reeks. Dus proficiat Jef, en geniet met volle teugen van uw verblijf in reeks 2.

  2. Beste Gert, toen je opgaf, en me verbijsterd en ontredderd aankeek, mompelde je dat je verloren had door een gebrek aan concentratie. Ik was daardoor zo gechoqeerd dat ik iets terugzei over ‘kinderachtig’. Het spijt me. Maar ik wilde niet geloven dat er iemand bestaat die de laatste ronde voor de titel speelt, en dan nog wel tegen zijn rechtstreekse concurrent nota bene, en dan bij god zou verliezen omwille van een gebrek aan concentratie. Ik kan je zo twaalf dozijn redenen opnoemen waarom iemand kan verliezen, een te laat bemerken van een vijandelijk tussenschaak, een ruilafwikkeling waarbij tegenstander wat beter rekent, een minder bekende opening, een tijdnoodblunder enz. enz. Alles, behalve dat je voor die uitzonderlijke gelegenheid niet voldoende concentratie zou opbrengen. Soit. Je vertelt dat dan net aan iemand voor wie concentratie en begaan zijn met, een hoge graad van belangrijkheid bekleden. Een allereerste typische reactie van iemand die een vervelend oordeel heeft moeten incasseren, niet alleen een partijverlies na betere stelling, maar daardoor ook het verlies van de titel. De tafel verlaten, en aan mij, als toevallige omstaander zeggen “gebrek aan concentratie”. lijkt me dan nu, na enige dagen en na enig inlevingsvermogen, toch best wel mogelijk als een vlucht in het ongerijmde. Ik weet niet of mijn onmiddellijke bovenvermelde reactie je gekwetst heeft, het gebeurde op je hals over kop vertrek richting huiswaarts, maar je expliceerde dan ook die bizarre oorzaak van je verlies aan iemand die daar heel rustig stond bij te kijken, zonder enige stress en met alle batterijen op normaal, iets wat je van antagonisten die mekaar bekampen op leven en dood met de titel als inzet niet kan verwachten. Soms lijken mijn therapeutische en psychologische begaafdheden in blitzreacties te moeten onderdoen voor het vermogen tot rustige analyse of overreding, een van de redenen trouwens waarom ik op die 25 jaar nooit heb willen lesgeven op de zondagochtend initiaties. Gert, je blijft in 3e. Meer dan waarschijnlijk krijg je er een nieuwe concurrent bij, ikke. We zullen, als je het goed vind, nog veel kunnen tetteren over de psychologie van het spelletje en van haar beoefenaars. Ik hoop dat je goed hersteld bent van de klap die je zonder enige twijfel dinsdag hebt opgelopen.

  3. Carlo, geen enkel probleem, ook al zou ik het hebben gehoord 🙂
    Ieder heeft recht op zijn mening, freedom of speech. Ik heb het tegen mijn vrouw onlangs nog gezegd : lijd ik nu aan zelfoverschatting of aan faalangst? Twee uitersten, jawel. Maar het is mij nog steeds onduidelijk, of de twee duiken dooreen op. Dat ik zwaar blunderde staat vast (van 0.00 naar -22.00). Dus de gewonnen stelling was toen wel al verdwenen (zie mijn eerste bericht). Weet je dat ik op een bepaald moment beneden een sigaret was gaan roken en dat ik eraan dacht om een telefoontje te gaan doen met m’n vrouw om te melden dat het zo goed als in de sacoche was ? Mijn oordeel was trouwens ook correct, tenzij men softwareanalyse in vraag stelt. Als ik gedurende 12 zetten tussen +2.00 en +4.50 sta, en op het einde, in volgens Fritz nochtans een gelijke stelling, plots naar -20 ga dan kan ik niet anders dan besluiten dat ik een concentratieprobleem heb. Ja toch? Mijn blunder was à tempo gespeeld terwijl iedere schaker nochtans weet van eerst minstens even na te kijken wat de tegenstander na jouw zet kan spelen. Wat dus niet gebeurd is.
    Spijtig maar het is niet anders. Maar ik geef toe : ook zonder die blunder had ik waarschijnlijk verloren ; het zettenlange voordeel was immers totaal verzand.

  4. Ik vind het altijd boeiend te zien hoe mensen waar je het niet van zou verwachten, zoals sympatico’s als Gert of anderen, soms de gekste externe excuses bovenhalen voor een verliespartij.

    Anderzijds is het des mens natuurlijk als je een bijna gewonnen titel afgeeft. Een voetballer kan de bal in de tribune trappen, een tennisser kan zijn racket kapotslaan, een wielrenner kan eens tegen zijn fiets sjotten, maar een schaker moet het maar doen met wat binnenmonds gevloek. En dan nog wordt hij scheef bekeken.

  5. Maar neen, Pascal, dat is absoluut geen excuus. Het is een verklaring. Hoe moet je anders een neergang van ongeveer 0.00 naar -22.00 benoemen ? Als ik niet zegedronken was geweest, en dus beter geconcentreerd, had ik toch nooit Lxd6 gedaan ? Lxd6 gebeurde a tempo en ik had absoluut geen tijdnood.
    Het is zoals Karpov zegt : bij ongeveer gelijke kracht is de beste schaker diegene die zijn emoties het best onder controle heeft.
    Als Zabel in 2000 of 2001 in Milaan San Remo te vroeg zijn handen opsteekt en Freire hierdoor met de overwinning gaat lopen, is het toch een valabel ‘excuus’ om te zeggen ‘Ik had mijn handen nog niet in de lucht mogen steken’ ?
    Concentratie is wel erg doorslaggevend in schaken dus het is een default als je daarin tekortschiet. Niks excuses dus. Concentratie vormt mee de kracht van een schaker dus ben ik terecht verloren. Duidelijk zo ? 🙂

  6. Ik denk dat Pascal refereerde naar de kracht van de onbewogen beweger. Een kunst waar ieder van ons al eens in slaagt of juist faalt. In het beseffen van onze fouten ligt juist onze kracht. The rest is secondary.

Een reactie achterlaten