Gisteren liep het Inventi-toernooi af. De hele week lang schaakten Timman, Van der Wiel, Docx, Michiels & co. achter gesloten deuren. Ja, in tegenstelling tot vorige jaren was het publiek niet welkom. Gezien de relatief kleine speelruimte en de streaming van alle partijen via het web had ik daar persoonlijk niet echt moeite mee. Natuurlijk wil je een monument als Timman ook wel eens in levende lijve zien, maar goed, de partijen waren uitstekend te volgen op het web en er zaten er hele mooie tussen.

Ter elfder ure ontvingen we toch een vijftal uitnodigingen voor de slotdag, zeg maar de prijsuitreiking. Te laat om in de clubs uit te delen en dat zag je ook aan de opkomst: een vijftal schakers uit het Antwerpse, meer niet. Zo erg was dat misschien ook niet, zo waren er meer dan genoeg hapjes voor iedereen. Maar het moet voor de spelers toch vreemd zijn geweest zo weinig applaus te krijgen bij de overhandiging van hun trofee.

De verrassing kwam van Inventi-ceo Helsen. Hij bracht het goede nieuws dat het toernooi volgend jaar weer op de agenda zal staan. Het ‘slechte’ nieuws is dat het zich zal beperken tot spelers tussen 17 en 25. Bovendien zullen die zich aan een aantal verplichtingen moeten onderwerpen, met name een dress code (pak en das) en verplichte aanwezigheid na de partijen op de avonden dat vertegenwoordigers van andere bedrijven naar Inventi afzakken. Bijdragen tot netwerking heet dat.

Dress code? Netwerken met andere ceo’s? Het klinkt vreemd, maar eigenlijk is het dat helemaal niet. De dress code is duidelijk bedoeld om meer cachet te geven aan het toernooi. Een week lang komen schaken in een ongewassen T-shirt, terwijl ceo’s in Aramani-outfit staan toe te kijken, veel cachet heeft dat inderdaad niet. Ik begrijp Helsen op dat punt: als er in een professionele omgeving wordt geschaakt, dan moet die professionaliteit ook zichtbaar zijn, zeker als je als bedrijf het schaken wilt linken aan managementkwaliteiten. En dat ceo’s een twintiger met 2605 ELO ook eens willen aanspreken, lijkt me ook logisch. Verplichte aanwezigheid na de prestatie hoort erbij, net zoals Georges Federer een persconferentie moét bijwonen, ook al heeft hij net een vijfsetter verloren en zou hij zich het liefst van al een dag in zijn hotelkamer opsluiten.

Waar ik meer moeite mee heb, is de resolute keuze voor 17- tot 25-ers. De onderliggende redenering heeft ongetwijfeld opnieuw te maken met image-building. Een zestiger met bierbuik in pak en das is weliswaar beter dan een zestiger met bierbuik in een ongewassen T-shirt, maar het blijft een bierbuik en vooral een zestiger. Geef toe, het jonge en dynamische imago van een bedrijf komt pas echt uit de verf als je tien jonge schakers van gemiddeld 2500 Elo (in pak en das) kunt samenbrengen.

Toen Helsen dit aankondigde, wisten ongeveer alle aanwezigen wat dit betekent: ‘Volgend jaar mag ik dus niet meedoen’. Geen Michiels, geen Docx en zeker geen Timman. Daarmee verliezen sterke Belgische spelers kansen om zich in een gesloten toernooi te meten met Europese toppers. Net op het moment dat schakend België zijn achterstand op Nederland een beetje aan het inhalen is, verliezen we een mooie gelegenheid om daar verder aan te werken. En ja, met de nieuwe formule is er ook geen ruimte meer voor publieklokkers zoals Timman. De romantische schaakziel in mezelf vindt dat natuurlijk jammer, maar ach, ik vergat het haast, het publiek was toch al niet welkom…

6 reactie op “Dress code voor schakers: pardon?”
  1. Ik was daar ’s middags een half uurtje. Het hele gebeuren was klantonvriendelijk. Je kon er alleen binnen op uitnodiging, en dus niet samen met wat kameraden, er was op dat middaguur geen catering ter beschikking (ook al zou ik daarvoor betaald hebben), er stonden geen stoelen, dus al wat je kon doen was ademloos stil wat rondhangen tussen de vijf borden, en dan maar naar huis gaan om het verder te volgen op de computer. Een jong imago opbouwen met spelers van 17 tot 25 lijkt mij volledig naast de bal. Ik hou er sterk rekening mee dat dit mijn allerlaatste bezoek aan Inventi was. Maar als Roger Helsen goed verkoopt, zal hem dat verder worst wezen vermoed ik.

  2. Ik ben het met Gert eens. Als ‘professionaliteit’ alleen maar zichtbaar is door een maatpak is er iets mis met de professie. Ik denk ook niet dat managementkwaliteiten afhangen van het al dan niet dragen van een das.

  3. Allemaal waar.Maar het is wat de klanten van Inventi ervan vinden wat telt. En aangezien Inventi werkt in de verkoop sector (consultancy en selectie), zijn maatpak er waarschijnlijk nog de norm. En zij betalen ervoor, dus kunnen ze ook iets vragen. En geloof me maar, in de verkoop heb je het niet makkelijk als je in spijkerbroek en T-shirt rondloopt. Tenzij je natuurlijk saucissen verkoopt, dan kan je beter een vettige zestiger zijn…..

  4. Ik heb op het werk toch al serieuze fratsen voorgehad met afgeborstelde heertjes hoor. Ik kreeg niet het gevraagde -hoewel in detail besproken en op papier gezet- of ’t was gewoon brol. Een maatpak is natuurlijk geen bewijs voor goede produkten net zomin als een slobbertrui en jeans dat zijn. Ik vind het een makkelijke façade, een poging om jouw perceptie (de klant dus) te beïnvloeden. Ik geloof dus niets of niemand. Tot wanneer ik het zelf uitgetest heb, of als het om een dienst gaat, wanneer ik zelf een oordeel kan vormen over de samenwerking. Het enige correcte meetinstrument naar mijn smaak. Ik geloof gewoon geen mensen die zich via uiterlijkheden een bepaalde standaard willen aanmeten. Zie ook bv. naar de bankwereld 🙂

Een reactie achterlaten