Spelen met een increment. Nu het BK afgelopen is, kunnen we stellen dat het Fisher-tempo, en bij uitbreiding elk tempo met een increment van X aantal seconden per zet, definitief de toernooizalen veroverd heeft. Vaarwel 40 zetten in 2 uur en aanverwanten, welkom 40 zetten in 1,5 uur. Of 1,5 uur en 20 minuten, als je de tijdcontrole haalt. Maar was is nu eigenlijk het nut van dit al bij al vreemde tempo?_LEESMEER_

Vorig jaar al hoorde ik van heel wat clubleden dat de partijen op het toernooi van Brasschaat door het tempo met increment gemiddeld sneller afgelopen waren. Tegelijk herinnert iedereen zich nog een partij tussen twee toppers – was het Geirnaert vs. Docx? – die een eindspel maar bleven doorspelen. Logisch, als je je tijd in de gaten houdt, kun je tot sint-juttemis hout blijven schuiven.
Ja, het lijkt allemaal sneller gedaan te zijn. Tijdens de vijfde ronde op het BK zaten mijn tegenstander en ik na 30 zetten nog alleen te spelen, de rest van onze rij hing al aan de (veel te dure) Skybar. Het gros van de partijen in de hele zaal was overigens al afgelopen. Merkwaardig toch… Tegelijk was het elke ronde wel wachten tot een uur of acht of later, omdat één partij nog aan de gang was. Er zit gewoon meer rek op met dit tempo, denk ik dan. Het kan snel gaan en het kan blijven duren. Maar toch stel ik me de vraag wat de meerwaarde is van dit al bij al vreemde tempo, dat overigens enkel bij de gratie van elektronische klokken bestaat.
Wat ik er zelf van vind? Ik denk dat spelen met een increment vooral in het voordeel is van de betere snelschaker. Met nog 5,5 minuten op de klok en een voordelige stelling tegen een tegenstander die nog maar een minuut heeft maar de betere blitzer is, ben ik geneigd sneller remise voor te stellen. Wat heb je er immers aan een goede stelling weg te blunderen omdat je je tijd nodig hebt? Verhoogt de foutenmarge niet als je het moet rooien met schijfjes van 30 seconden? Tegelijk betekent dit echter ook dat het moeilijker wordt om een partij te winnen. Of is het allemaal slechts psychologie en moeten we wennen aan het idee dat ‘minder tijd’ hier slechts een illusie is?
Best mogelijk, maar ik heb me alvast voorgenomen weer wat meer te gaan blitzen… 
5 reactie op “Het bizarre nut van het increment”
  1. Minder tijd is met dit tempo duidelijk geen illusie, in de zin dat de totale tijd voor 40 zetten 1u50 is in plaats van twee uur.

    Afgezien daarvan, het tempo met increments limiteert enigszins de opties van de speler om zijn tijd in te delen. Het is immers onmogelijk om, bijvoorbeeld, voor zet dertig de tijd te vijf minuten te gebruiken die nog niet bijgegeven zijn. Reken daarbij dat de totale tijd tien minuten minder is, en de beschikbare tijd voor zet dertig is een kwartier minder dan met het oude tmpo. Onvermijdelijk zal dus het niveau van de partijen in het middenspel achteruit gaan.

  2. Het grote voordeel van een increment vind ik dat de spelers altijd moeten noteren. Dus vaarwel reconstructies en dolle tijdnoodfases.
    Bepaalde remise claims zijn ook overbodig want er wordt genoteerd en dus kan eenvoudig aangetoond worden dat de 50 zetten regel of 3x dezelfde stelling op het bord kwam.
    Ik denk dat de scheidsrechters en in 2de instantie de spelers gediend zijn bij meer duidelijkheid.

  3. Rudi vat het mooi samen.
    Daarbij komt ook dat je gewonnen partijen nu ook kan winnen (mits de juiste techniek uiteraard). Hoe vaak kom je niet in een stelling terecht die gewonnen is, maar omdat je niet voldoende tijd over hebt, toch maar remise geeft of in sommige gevallen nog verliest omdat je te weinig tijd over hebt op de klok.
    Je zal altijd wel voor- en tegenstanders hebben voor dit soort van tempi: sommigen zullen het oude tempo (zonder increment) verkiezen, anderen dan weer het nieuwe (met increment).
    Het feit dat je inderdaad 10 minuten minder hebt voor de eerste 40 zetten, kan je eventueel opvangen door 1 uur en 40 minuten voor de eerste tijdscontrole te definiëren.
    Nadelen: (en dat heb ik als arbiter aan de lijve ondervonden 2 jaar geleden op het toernooi van Brasschaat): een speler kan al zijn mogelijkheden benutten in een eindspel om te proberen het punt binnen te halen. En een écht einduur van de partij is niet meer gegarandeerd.

  4. Persoonlijk speel ik liever met increments. Zoals Wim al zei kan de totale tijd terug gelijk gemaakt worden aan de oude door te beginnen met 1u40. Of eventueel 2u00 voor 40 en pas daarna een increment tempo (al brengt dat opnieuw een tussentijdse tijdnood met zich mee). Ik heb me altijd al afgevraagd waarom het standaard Fisher tempo begint met 90 minute i.p.v. 100.

  5. Persoonlijk, ben ik meer voor het normale tempo.
    Je komt veel sneller in tijdnood.
    Ik heb vroeger met increment gespeeld en had slechte ervaringen.
    Het is heel complex om in te schatten of je nog kan nadenken over je zet, omdat je eerst moet oordelen hoe complex het vervolg zal zijn.

Een reactie achterlaten

Off topic reactie | Meld een fout/klacht | Gedragscode

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Schaakkring Oude God