WK (6)

DoorHerman Callens

dec 3, 2021

Het zal je maar overkomen: net als je de eerste uren van een partij niet kunt volgen, blijkt het bord in de fik te staan zodra je kunt gaan kijken. Al had ik schijnbaar niets wezenlijks gemist: tot dan bleek de partij redelijk in evenwicht te zijn geweest. Wat ik op dat moment echter net zo min kon bevroeden als alle andere kijkers en volgers, was dat we de langste WK-partij ooit tegemoet gingen. Maar laten we beginnen bij het begin. _LEESMEER_

In een Damepionspel – Carlsen begon met 1. d4 maar het werd geen simpele herhaling van partij 2 – dat een soort Catalaan was in een andere zetvolgorde bracht hij een pionoffer dat Caruana enigszins lyrisch maakte, maar had dan, na de voorspelbare antwoorden van Nepomniachtchi, wel erg veel tijd nodig voor het vervolg. Het luidde na afloop: “Ik kon me de verschillende varianten niet meer zo goed herinneren, ik moest het voor het bord zitten uitdokteren.” Meteen nadien baarde de uitdager opzien met het gedurfde 11. … b5 (waardoor de diagonaal g2-a8 halfopen kwam te liggen) en speelde ook de volgende zetten met lef en overtuiging.

Op zet 25 opteerde Nepomniachtchi  voor 25. … Tac8, met aanval op de dame en/of het aanbod T+T voor D. Het moet gezegd dat de tijdsdruk op dat moment al begon mee te spelen, en dan vooral voor Carlsen, die nog krap 24 minuten had voor 15 zetten (Nepo had dan nog ruim 32 minuten). De champ dacht nog vijf minuten na en nam het aanbod aan: 26. Dxc8 Txc8 27. Txc8 en de witte dame en de zwarte torens mochten de doos in. Dame tegen stukken (of omgekeerd), je ziet het tegenwoordig slag om slinger … (knipoog, knipoog).

De tijdnoodfase werd redelijk bloedstollend. Er werd vijf keer flink misgetast, en bovenop een paar keer lichtjes, maar als je de digitale betweter en commentatoren Caruana en co. mocht geloven doken er voor beide partijen van de ene op de andere blunder serieuze winstkansen op. “Stilaan tijd dat iemand een echte kans uit z’n hoge hoed tovert”, verzuchtte ik vorige keer nog, en zie, hier waren de kansen plots waanzinnig echt, maar wat uit de hoge hoed kwam, was veeleer een kans voor de ander. Hoe dan ook, geen van beiden wist de winst die even voor het grijpen lag daadwerkelijk te vangen, en toen de tijdcontrole was gehaald, leek een beslissing alweer veraf.

Met dien verstande dat Carlsen als geen ander dit soort stellingen weet uit te spelen.  Ongelijksoortig materiaal, een dynamisch evenwicht, en dan maar manoeuvreren en malen tot je water uit de stenen perst, vintage Carlsen. De champ begon dus geduldig aan z’n lange winstpoging. Niet dat de computer hem meteen zag scoren, maar Nepomniachtchi diende wel uiterst nauwkeurig te spelen om z’n remisekansen niet te verkwanselen. En her en der was het toch niet secuur genoeg. Na veel op en neer en heen en weer gemanoeuvreer ruilde Carlsen één toren voor loper en pion, en het resterende eindspel (K, T, P, 3p tegen K, D, 1p) hoewel niet per se gewonnen, werd praktisch gezien toch bijna onhoudbaar.

Het duurde nog wel 50 zetten, en tot vrijwel op het einde was het witte voordeel hooguit minimaal, maar in de laatste fase ging Nepomniachtchi al wat vaker of zwaarder in de fout, ook natuurlijk omdat ze beiden al heel die tijd vooral op increment moesten teren, Carlsen zelfs nog meer, maar die zat (op het bord) in een betere zetel, zeg maar. Op de 136ste (jawel!) zet gaf de uitdager zich gewonnen. De eerste (klassieke) winstpartij in een WK-kamp sinds 2016 en na 19 remises (als ik goed tel). En hij had er dan nog twee dagen voor nodig (de partij eindigde 17 minuten over middernacht plaatselijke tijd). De eerste keer ook in 3 WK’s dat Carlsen voor staat.

Een marathonpartij, de klap van de nederlaag en vast ook van de gemiste winstkans, het is niet wat je noemt comfortabel als je Nepomniachtchi heet en de dag daarna meteen weer aan de bak moet. Die 7de partij  zou weleens cruciaal kunnen worden: als hij er niet in slaagt de rug te rechten en een 2de opdoffer krijgt, dan is het wellicht over en uit. Het was vroeger weleens het probleem bij de Rus: als het eens misloopt, gaat het meteen goed mis. Carlsen triomfeerde echter niet meer dan nodig: “Heel blij met de zege, maar de strijd is nog lang niet gestreden!” 

Een reactie achterlaten