WK (7)

DoorHerman Callens

dec 4, 2021

Vandaag stond de laatste partij van de eerste kamphelft op het programma, en na de urenlange clash van gisteren die in de vroege uurtjes van vandaag eindigde, was het de vraag hoe het met beide spelers was gesteld en wat ze al dan niet in petto zouden hebben. Caruana veronderstelde dat het erg rustig zou blijven vandaag, Hess zag Nepomniachtchi meteen terugslaan. De uitdager had alleszins wit, een tikkeltje comfortabeler dan zwart na een nederlaag die toch moet zijn aangekomen. _LEESMEER_

Voor de 4de keer kwam het Gesloten Spaans op het bord, versie Anti-Marshall, en net als in partij 5 koos Carlsen voor het ietwat minder gebruikelijke 8. … Tb8, onder het motto dat een stelling best wat minder comfortabel mag zijn als ze maar voldoende solide is. Nepomniachtchi ging nu wel voor 11. d3 (i.p.v. c3), met de bedoeling Pb1-c3-d5, mogelijk ook omdat hij niet verrast wou worden door een verbetering die team Carlsen intussen uitgedokterd kon hebben. Tegelijk leek het te wijzen op een welbewuste poging om iets uit de stelling te halen dat zwart pijn kon doen.

Des te vreemder was het – en de commentatoren toonden zich erg verrast – dat Nepomniachtchi op de 16de zet, zonder duidelijke aanleiding, het nog kakelverse d5-paard meteen afruilde tegen dat van f6. Na afloop noemde Hess die ruil zelfs “op het randje van onvergeeflijk”. Als je denkt dat wit misschien net iets meer heeft dan zwart, dan ga je dat zo niet verkwanselen.

Nog sterieler werd het na de opstoot 17. d4. Carlsen nam en Nepo nam terug met 18. cxd4, de zet die ook de computer als de beste beoordeelde, maar daarna heeft wit wel helemaal niets meer. Toch zag een kritische Caruana (de menselijke schaker) het een tikkeltje anders dan de digitale betweter: “Ik begrijp die zet wel, wat ik niet begrijp is de haast om ‘m te spelen”. Wellicht had 18. Pxd4 voor een andere dynamiek kunnen zorgen en stellingen met meer complicaties kunnen opleveren.

Wat volgde, leidde regelrecht naar remise. Eerst ging één loperpaar van het bord, en vervolgens, in één grote en de facto geforceerde beweging twee pionnen en alle resterende lichte en zware stukken uitgezonderd één torenpaar. Er kwam nog een zetherhaling bovenop die niet eens geclaimd werd, wellicht omdat de beide (vandaag niet echt) kemphanen eerst nog netjes de 40ste zet wilden halen. Het werd de kortst(durend)e partij tot nu toe, wat misschien geen verrassing mag heten na de marathon van de vorige dag, maar ook degene waar het minst te beleven was. “Uneventful”, zoals dat zo mooi heet in het Engels.

De kritiek was dan ook niet van de lucht. Caruana, Hess en Rensch lieten horen, in wisselende toonaarden weliswaar, dat ze de passiviteit van Nepomniachtchi geen goede zaak vonden, en ook Aronian had weinig goede woorden over voor het platte spel van de uitdager. Shankland was iets milder: na de klap van gisteren en de bijhorende vermoeidheid was het niet slecht om zonder veel poespas een remise te schuiven, kwestie van even te kunnen bekomen. Dat stond haaks op wat Caruana, die het klappen van de WK-zweep uit eigen ervaring kent, eerder had gesteld: in een WK is een partijtje “overslaan” geen optie. Je krijgt niet méér kansen, integendeel, je moet alle kansen, en alle kansen óp kansen, ten volle aangrijpen en maximaal benutten.  

Wat er ook van zij, de helft van de tweekamp is achter de rug, de andere helft begint meteen morgen, dank zij de ongelijk geplaatste rustdagen (na dagen 3, 5, 8, 10, 13). Van een verandering van kleur halfweg blijkt nu toch geen sprake. Carlsen heeft dus wit in de 8ste partij. 

Een reactie achterlaten